duurzaamheidsnetwerk

 

The Shift: hét duurzaamheidsnetwerk van België

“Krachtig signaal van een groep weegt meer dan een individuele stem”

350 bedrijven, ngo’s en academici zijn lid van het Belgische duurzaamheidsnetwerk The Shift. David Leyssens, co-executive officer: “Wij geloven dat er een radicaal andere maatschappij en economie nodig zijn. De samenwerking tussen bedrijven en middenveld speelt daarin een cruciale rol. Die samenwerking willen we tot stand helpen brengen.”

The Shift ontstond in 2015 uit een fusie tussen KAURI en Business&Society. KAURI was een netwerk van 270 bedrijven en middenveldorganisaties. Het wilde bedrijven en ngo’s meer met elkaar in contact brengen. Van Business&Society waren 85 grote bedrijven lid. Door de samensmelting is het landschap van de duurzaamheidsorganisaties niet langer versnipperd. David Leyssens ziet dat als een voorwaarde voor de volgende stappen in de richting van een duurzame maatschappij in België: “Bewustmaking en het organiseren van workshops kunnen we stilaan aan de markt overlaten. The Shift wil bedrijven helpen om niet alleen meer te denken aan duurzaamheid maar er ook naar te handelen.”

Ngo’s en bedrijven

Wat kan The Shift de 350 leden bieden?

The Shift is een duurzaamheidsnetwerk op generalistisch niveau. We krijgen dagelijks telefoons van bedrijven met erg uiteenlopende vragen. Onze eerste taak is om hen in contact te brengen met de juiste experts. We organiseren ook activiteiten waarbij we organisaties samenbrengen om impact te genereren. Die activiteiten delen we op in drie categorieën: connect, commit en change. Bij connect gaat het over onze echte netwerkfunctie, bij commit over het engagement dat onze leden aangaan. Met de activiteiten binnen change proberen we multi-actorsamenwerking tot stand te brengen.

Werken alle duurzaamheidsorganisaties op dezelfde manier en bieden ze gelijkaardige activiteiten aan?

David LeyssensIn België zijn we het belangrijkste duurzaamheidsnetwerk, en dus ook het Belgische contactpunt voor verschillende internationale netwerken, zoals CSR Europe (het Europese netwerk voor Corporate Social Resonsibility), United Nations Global Compact en World Business Council for Sustain-able Development. Binnen die netwerken merk je duidelijke verschillen. Vooral Oost-Europese landen werken eerder volgens een filantropische benadering: ze zetten bedrijven aan om goede doelen te steunen. Onze klemtoon ligt op duurzaamheid als de kernactiviteit van bedrijven. En bij ons zijn ngo’s en bedrijven gelijkwaardige leden.

Mag elk bedrijf en elke ngo lid worden van jullie organisatie? Of wordt er streng geselecteerd?

Iedereen die een concreet engagement wil aangaan, kan lid worden. Voor de engagementsverklaring vragen we de bedrijven te kijken naar de Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties (de 17 duurzame ontwikkelingsdoelen opgesteld door de VN worden wereldwijd gepromoot als de doelstelling voor een duurzame ontwikkeling, red.). We vragen onze leden een concrete ambitie te formuleren volgens een van deze doelen. Daarnaast tekenen ze het door ons opgestelde charter. Daarmee geven ze aan actief bij te dragen aan onze missie en open te staan voor discussie en samenwerking met andere stakeholders. Het belangrijkste is dat ze stappen vooruit willen zetten.

Netwerkfunctie

Netwerkactiviteiten vormen een groot deel van jullie aanbod. Zien jullie dit als de eerste stap om tot een diepere samenwerking te komen?

We brengen onze leden inderdaad samen om ze te stimuleren in de richting van een hechte samenwerking. Dat doen we bijvoorbeeld nadrukkelijk bij onze Job Switch Days. Daarbij ruilen de directeurs van een ngo en een bedrijf minstens één dag van job. Een goed begrip van elkaars manier van werken kan heel wat barrières overwinnen. Er zijn twee soorten Job Switch Days: tussen stakeholders die al samenwerken, en tussen stakeholders die elkaar nog niet kennen maar wel een gezamenlijke maatschappelijke uitdaging hebben.

Leidden die Job Switch Days al tot concrete samenwerking?

Onlangs ruilde de directeur van Nearly New Office Facilities, die duurzaam kantoormeubilair produceert, een dag van job met de directeur van de sociale-economie-organisatie Manus. Vooraf zagen beide organisaties elkaar eerder als concurrenten. Sinds de uitwisseling zetelen de directeurs in elkaars raad van bestuur. Ze denken er ook over een joint venture op te richten. Zij hebben elkaar dus duidelijk gevonden. Ook andere ontmoetingen leidden al tot concrete samenwerking, al zullen we onze leden nooit pushen. Wel blijven we graag op de hoogte van het vervolg. Als ze dat wensen, nemen we een begeleidende rol op.

Jullie brengen niet alleen leden samen met het oog op samenwerking. Jullie schalen ook bestaande initiatieven op.

We hebben een ondersteunende rol bij het overschakelen van dialoog naar samenwerking, maar ook het uitbreiden van samenwerkingsverbanden zien we als onze taak. Zo willen we de maatschappelijke meerwaarde nog vergroten en initiatieven bekendmaken bij een groter publiek. De Kantoorbus is een van de projecten die we ondersteunen. Het Vlaams Instituut voor Mobiliteit en de Beroepsvereniging voor autobus- en autocarondernemers, twee van onze leden, ontwikkelden een nieuwe visie op woon-werkverkeer. Met een mobiele werkplaats zou ook de verplaatsingstijd in de toekomst werktijd kunnen worden. Het plan is om werknemers thuis op te halen met een bus die ingericht werd als kantoor. De werkdag begint op het moment dat ze op de bus stappen. Vanaf september wordt de bus zes maanden getest, vooral op bedrijventerreinen die slecht bereikbaar zijn.

Engagementsverklaring

Heel wat van jullie activiteiten hebben te maken met commitment. Wat is de bedoeling van de uitdrukkelijke engagementsverklaring die jullie aan alle leden vragen?

Transparantie is essentieel. We willen de duurzaamheidsambitie van al onze leden kennen. Daarbij vinden we het belangrijk dat de doelstellingen van de bedrijven gelinkt worden aan de wereldagenda. Daarom vragen we onze leden hun ambitie te verbinden met een van de Sustainable Development Goals van de VN. We hopen ook zo de individuele ambities wat meer aan elkaar te koppelen, om ze op die manier op een grotere schaal te brengen.

De ambities van afzonderlijke bedrijven aan elkaar verbinden: hoe doen jullie dat concreet?

De oefening die we deden rond de klimaattop in Parijs, is een duidelijk voorbeeld van ‘hoe groter de groep, hoe krachtiger het signaal’. In 2015 stelden we met de belangrijkste milieu-organisaties en een aantal bedrijven een engagementsverklaring op. Die werd door 120 bedrijven, academici en ngo’s ondertekend. In die brief vroegen ze om een ambitieus klimaatakkoord. Tegelijk verbonden ze zich ertoe zelf een langetermijnvisie te ontwikkelen en hun eigen uitstoot met 40 tot 70 procent te verminderen. Met deze actie haalden we de voorpagina van enkele kranten. Een krachtig signaal van verenigde groepen kan wegen op het beleid. We merken dat de stem van bedrijven en middenveldorganisaties meer meetelt dan vroeger.