warmtenetten

Warmtenetten op de politieke agenda

Vindt Vlaanderen het warmwaternet opnieuw uit?

Lange tijd bleef warmte sterk onderbelicht in de Vlaamse energiepolitiek, maar daar lijkt nu verandering in te komen. Sinds kort hebben we een warmtedoelstelling, een warmtekaart en een nieuw warmtebedrijf. En dit najaar nog rijdt een heus warmtedecreet de lacunes in de regelgeving dicht, belooft Energieminister Bart Tommelein. Zal de grootschalige uitrol van warmtenetten volgen?

Een warmtenet is een ondergronds netwerk van geïsoleerde leidingen dat warm water of stoom transporteert van warmtebronnen naar eindgebruikers. Warmtenetten laten zich eenvoudig aansluiten op lokaal opgewekte hernieuwbare warmte (zoals aardwarmte) of gebruiken restwarmte van de industrie, wat de energie-efficiëntie verhoogt en een pluspunt betekent voor bedrijven, die hun warmte kunnen verkopen.

Warmtenetten zijn al lange tijd ingeburgerd in Rusland en Noord-Europa, maar kenden de voorbije jaren ook in West-Europa een opmars. In Nederland zijn 550.000 gebruikers aangesloten op een warmtenet en Duitsland telt 19.000 kilometer aan warmteleidingen. In Vlaanderen was er tot dusver geen nood aan warmtenetten, omdat wij voluit hebben ingezet op een aardgasaansluiting die heel onze regio moest dekken. Maar sinds de klimaattop in Parijs steken warmtenetten ook bij ons de neus aan het venster. De reden is niet ver te zoeken: Vlaanderen zou ze wel eens hard nodig kunnen hebben om de Europese klimaatdoelstellingen voor 2020 te halen. Wat is er nodig om warmtenetten uit de vergeethoek te halen? Experts zien vier grote succesfactoren: politieke wil en stimulerende wetgeving, lokale initiatieven, technologie, en draagvlak bij burgers en bedrijven.

1. Politieke wil en stimulerende wetgeving

warmtenettenHet gebruik van groene warmte of het hergebruik van restwarmte op grote schaal lijkt in Vlaanderen nog veraf. Toch is het potentieel groot, zegt Koen Van Overberghe, voorzitter van Warmtenetwerk Vlaanderen en algemeen directeur van MIROM (milieuzorg Roeselare en Menen), een van de Vlaamse pioniers in warmte-netten. “Vandaag wordt het grootste deel van de Vlaamse warmtevraag – goed voor 56 procent van onze energievraag – nog met fossiele bronnen ingevuld. Als je weet dat er op heel veel plaatsen restwarmte verloren gaat uit industriële processen, verbrandingsovens en elektriciteitscentrales, en dat we via geothermische boringen in staat zijn om aardwarmte op te pompen, dan is er duidelijk sprake van een missing link. Warmtenetten kunnen warmteaanbod en -vraag met elkaar verbinden.”

Energieplan 2020

Minister Bart Tommelein zag het potentieel en promoveerde deze zomer groene warmte tot een van de pijlers van het Energieplan 2020, het plan waarmee Vlaanderen de klimaatdoelstellingen van 2020 wil halen. Tegen dan moet Vlaanderen haar CO2-uitstoot met 15,7 procent reduceren, haar energie-efficiëntie met 17,8 procent aanscherpen en 2156 megaton olie-equivalent aan hernieuwbare energie produceren. Tommelein wil daarvan 15 procent uit biobrandstoffen halen, 48 procent uit groene stroom en liefst 37 procent uit groene warmte. Daarmee trekt de minister overduidelijk de kaart van warmte, en daar horen onlosmakelijk warmtenetten bij.

Bart Tommelein: “Warmte is hét alternatief voor verwarming op gas, elektriciteit of stookolie. Gaan we voor 1 procent meer groene warmte, dan hebben we 2 procent minder groene stroom nodig om de doelstelling hernieuwbare energie te halen binnen de Europese klimaatdoelstellingen voor 2020. Daarom wil ik het potentieel van groene warmte ten volle benutten.”

Over de grote principes van het Energieplan valt weinig te redetwisten, maar de vraag blijft hoe Vlaanderen de doelstellingen concreet gaat aanpakken. Warmtenet Vlaanderen vraagt royalere steunmaatregelen. Koen Van Overberghe: “Als we willen vermijden dat warmtenetten marginaal blijven in Vlaanderen, moeten we ambitieuzer zijn. Gezien de lage gasprijs en de huidige steunregeling, vrees ik dat het een trage ontwikkeling wordt. Was de gasprijs vorig jaar niet ingestort, dan was de bal sneller beginnen te rollen. Wij verwachten van de regering dat ze de randcondities voldoende aantrekkelijk maakt, zodat partijen willen investeren in warmtenetten. De huidige steunmaatregelen volstaan niet om warmtenetten te doen doorbreken.”

10,5 miljoen voor warmteprojecten

Een van die maatregelen is de halfjaarlijkse call voor groene warmte en restwarmte van het Vlaams Energieagentschap. Met 8,6 miljoen euro gaf de regering dit jaar vijftien projecten een duwtje in de rug. Voor de vijfde oproep, dit najaar, is een budget voorzien van 10,5 miljoen euro. Voor eventuele nieuwe steunregelingen is het wachten op het Warmteplan dat Bart Tommelein heeft aangekondigd voor begin 2017. In dat plan zal de regering met concrete acties en maatregelen komen om het hergebruik van warmte te stimuleren.

Ook de regelgeving moet een update krijgen, zegt Koen Van Overberghe, al zijn sommige hinderpalen al weggewerkt. “Zo botste MIROM in 2011 nog op problemen toen we ons warmtenet wilden aansluiten op een nieuwe woonproject. Volgens het Energiedecreet moest de netbeheerder een uitbreiding van het aardgasnet voorzien. Het decreet werd intussen gewijzigd: waar gekozen wordt voor een warmtenet, hoeft het gasnet niet uit te breiden.”

Warmtedecreet

warmtenetEen van de zaken die wettelijk nog moeten worden geregeld, is de bescherming van particulieren die warmte van het net afnemen. “De rechtszekerheid van de consument, die continu warmte aangeleverd moet krijgen tegen redelijke prijzen en voorwaarden, is een bezorgdheid”, staat te lezen op de website van distributienetbeheerder Infrax. De netbeheerder meent dat er in Vlaanderen, naar analogie met de Nederlandse Warmtewet, een ‘Warmtedecreet’ nodig is om gebruikers de garantie te geven dat warmte afnemen van het warmtenet hen niet meer kost dan warmte van individuele gasverwarming. Er is ook behoefte aan een noodleveranciersregeling, die van toepassing is als de uitbater van een warmtenet niet meer aan zijn verplichtingen voldoet. Verder moet de overheid de criteria definiëren om een vergunning te krijgen om warmte te produceren, verdelen en leveren, meent Infrax. Ten slotte heeft de warmtemarkt een regulator nodig, naar analogie met de Vlaamse Regulator van de Elektriciteits- en Gasmarkt (VREG). “Even belangrijk is dat er een wettelijke oplossing komt voor wanbetalers en sociale tarieven”, meent Koen Van Overberghe.

Een aantal drempels en lacunes wordt nu al weggewerkt, reageert Bart Tommelein: “Een aanpassing van het Energiedecreet werd in eerste lezing goedgekeurd en zal in september, na het inwinnen van de nodige adviezen, opnieuw aan de Vlaamse Regering worden voorgelegd. De focus ligt op het faciliteren van de huidige projecten rond warmte- of koudenetten, op het creëren van een maatschappelijk draagvlak en op het beschermen van particuliere afnemers.”

2. Lokale initiatieven

Een grootschalig warmtenet in Vlaanderen is nog niet voor direct, maar verschillende steden en gemeenten hebben hun koudwatervrees toch al overwonnen. “De rol van het lokale bestuur is enorm belangrijk”, stelt Koen Van Overberghe. “De gemeente of stad speelt een sleutelrol door als regisseur op te treden. Door warmtenetten op te nemen in het beleid, kan het partijen aantrekken om netten aan te leggen.”

Wind in de zeilen

Bij MIROM in Roeselare weten ze welk effect het heeft als het lokale beleid actief betrokken is bij de aanleg van een warmtenet. Al dertig jaar is er in Roeselare een netwerk in gebruik, gevoed met warmte die vrijkomt bij de verbranding van restafval in de verbrandingsinstallatie van MIROM. De intercommunale was initiatiefnemer, maar ondervond aan den lijve hoe politieke interesse en visie het project wind in de zeilen gaf.

Koen Van Overberghe: “Ons warmtenet was aanvankelijk een economische keuze. Het was de nasleep van de oliecrisis en we hadden niet de juiste condities om voor stroom te gaan. Het stadsbestuur ging akkoord, maar had geen visie rond warmtenetten. Pas enkele jaren geleden, toen de netten weer in de aandacht kwamen, ontwikkelde Roeselare een actief beleid rond warmte. Plots ging het snel. Alle stadsdiensten dachten mee na over het concept en hielpen ons. Er gingen deuren voor ons open en nieuwe opportuniteiten dienden zich aan.”

Burgemeestersconvenant

In Antwerpen zette het stadsbestuur zelf de stap naar warmtenetten. Volgens Wouter Cyx, projectleider en consulent energieprojecten voor de afdeling Energie & Milieu bij de stad Antwerpen, is politieke visie een belangrijke hefboom voor warmtenetten. “In het begin was vooral de administratie geboeid door de voordelen van warmtenetten: in 2009 onderzocht onze dienst de haalbaarheid van een warmtenet tijdens de studie rond de ontwikkeling van de Cadixwijk op het Eilandje. Maar we hadden toen de kennis niet in huis om de stap naar de implementatie te zetten, zodat het warmteproject strandde. In 2011 werden de besprekingen over de ontwikkeling van de wijk Nieuw Zuid opgestart. Het politieke klimaat was intussen geëvolueerd. De stad had het Europese Burgemeestersconvenant ondertekend en had ook een eigen klimaatplan gelanceerd.”

Bevoegdheden gebruiken

“De haalbaarheidsstudie voor een warmtenet op Nieuw Zuid, gesteund door het Milieu- en energietechnologie Innovatie Platform (MIP), draaide positief uit en dat trok het bestuur over de streep. Eind 2012 volgde de principiële beslissing om ervoor te gaan.” Intussen zijn de eerste gebouwen aangesloten op het warmtenet Nieuw-Zuid. Voorlopig wekt een warmtecentrale op gas de warmte op, maar op een termijn van vijf jaar wil men overschakelen op industriële restwarmte. “Een goede verstandhouding tussen politiek en administratie is een belangrijke succesfactor om een warmtenet te implementeren”, meent Cyx. “De administratie inspireert, onderzoekt en bereidt voor, maar de uiteindelijke beslissing ligt bij het bestuur.” In warmteprojecten moet de gemeente of stad haar bevoegdheden durven gebruiken, vindt Cyx: “In het RUP Nieuw Zuid is bijvoorbeeld voor nieuwe gebouwen langs het warmtetracé de verplichting opgenomen om aan te sluiten op het warmtenet. Antwerpenaren die aansluiten op het warmtenet kunnen goedkoop of renteloos lenen bij het Energiebesparingsfonds. Met zulke maatregelen kun je als bestuur het verschil maken.”

Het stadsbestuur kan ook helpen om de lastige uitvoeringsfase van een warmteproject beter verteerbaar te maken voor de bevolking, meent Van Overberghe: “We zijn net gestart met ons grootste uitbreidingsproject, dwars door de stad. Daar komt hinder bij kijken. Dus moet je het bestuur achter je hebben om de mensen duidelijk te maken dat zo’n project belangrijk is.”

3. Technologie

Op technologisch vlak hoeft Vlaanderen zich geen zorgen te maken, meent Johan Desmedt van onderzoeksinstelling EnergyVille. “Warmtenetten zijn proven technology. Zodra je in een stad een of meerdere productie-eenheden hebt, kun je zo’n netwerk perfect implementeren. De netten worden ook steeds efficiënter. Elke nieuwe generatie warmtenetten heeft een lagere aanvoertemperatuur en verliest minder warmte in de buizen.”

Vierde generatie

De nieuwste generatie warmtenetten is nog geavanceerder: deze vierdegeneratienetten zijn niet alleen efficiënter, maar maken naast restwarmte bijvoorbeeld ook gebruik van zonne- en windenergie, die omgezet wordt in warmte. “Omdat hernieuwbare energie niet altijd beschikbaar is, schakel je verschillende systemen aan op het net: alternatieve bronnen, zonne–energiesystemen, geothermie-systemen … Zo heb je altijd een back-up”, zegt Johan Desmedt. “De technologie van de vierde generatie staat op punt. Op technisch vlak zijn we klaar, al mogen we niet vergeten dat we nog maar aan het begin staan van de grootschalige ontplooiing van warmtenetten.”

Het ideale huwelijk is dat van geothermie en warmtenetten. De Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO) voert momenteel boringen uit in het kader van een proefproject rond geothermie in Mol. Uit het warme grondwater wordt warmte gehaald, die VITO via een warmtenet wil gebruiken om gebouwen te verwarmen. Er wordt ook elektriciteit uit het water gegenereerd via een organische rankinecyclus (ORC). De onderzoeksinstelling noemt de resultaten veelbelovend.

En ook het potentieel is er: toepassingen waarvoor een temperatuur van 40 °C of meer vereist is, lijken in zowat heel de Kempen mogelijk. Indirecte toepassingen met warmtepompen hebben daarentegen overal potentieel.

Software

De onderzoekers van EnergyVille blijven de warmtenetten optimaliseren. De voorbije jaren werd sterk ingezet op methodes om het net te controleren: softwareontwikkeling dus. Hoe kun je warmte- en energiebronnen inzetten wanneer ze beschikbaar zijn, en vraag en aanbod beter op elkaar afstellen? Dirk Vanhoudt van EnergyVille: “Stel dat je een appartementsgebouw een halve graad opwarmt, ook al is daar op dat moment geen nood aan, dan moet je de komende uren geen warmte leveren. Door te spelen met de temperatuur in een gebouw, kun je de warmtevraag dus beïnvloeden en op die manier kun je de vraag afstellen op het moment dat er warmte beschikbaar is, via zonne–energie of restwarmte. Dat alles zonder aan comfort in te boeten.”

“In Europa liggen nog veel tweede- en derdegeneratienetwerken, die een upgrade moeten krijgen. Intelligente controle is een van de oplossingen om oudere netwerken langer in bedrijf te houden.”

Conversie en opslag

In een flexibel energiesysteem is het ook belangrijk om warmtenetten te voorzien van conversie- en opslagsystemen. Dirk Vanhoudt: “Ons land is bezaaid met gas- en elektriciteitsleidingen. Heeft het zin om daar ook nog warmteleidingen aan toe te voegen? In de ene wijk volstaat elektriciteit misschien, en in de andere warmte. Vervolgens kun je lokaal de ene energievorm omzetten naar de andere. Maar dat is nog niet voor morgen, die technologie zit nog in de onderzoeksfase.” Ook verder onderzoek naar thermische energieopslag is lopende. Energieopslag is nodig om verschillen tussen aanbod en vraag te overbruggen. Vanhoudt: “Doorgaans wordt warm water opgeslagen in grote tanks die je opwarmt en afkoelt. Maar er ontstaan nieuwe methodes om de warmte compacter op te slaan en niet langer puur in de vorm van water, bijvoorbeeld via thermochemical materials. Op die manier heb je geen grote opslagvolumes meer nodig en kun je constant switchen tussen de ene vorm van energie en de andere, naargelang de vraag.”

Koudenetten

In Zuid-Europa stijgt de vraag naar koudenetten, als alternatief voor energieverslindende airco’s. Dirk Vanhoudt: “De koppeling met koudenetten, waarbij een omschakeling gebeurt in de zomer, gebeurt meer en meer. Eenzelfde netwerk transporteert dan in de winter warm water, in de zomer koud water. In België wordt dat nog niet toegepast, maar de mark groeit.”

4. Draagvlak bij alle partijen

De interesse in warmtenetten groeit, maar een breed maatschappelijk draagvlak is er nog niet. En dat is ook niet evident in een regio waar 96,6 procent van de woningen aansluitbaar is op het aardgasnet. “Telkens wanneer je een warmtenet aanlegt, ga je in concurrentie met het gasnet. Je gaat een gasnet afschrijven dat niet meer 100 procent benut wordt, en dat betekent een tweede maatschappelijke kost”, stelt Koen Van Overberghe.

inpak en laswerkWarmtecoöperaties

In dichtbevolkte gebieden kunnen netten wel kostenefficiënt worden toegepast, meent Erik De Schutter van EnergyVille. “Zeker als er relatief goedkope warmtebronnen in de buurt zijn, zoals geothermie en wkk’s. In landelijke gebieden is de investeringskost te hoog. De buizen kosten 1 euro per millimeter. In gebieden met weinig huizen kom je dan al snel aan een investering van meerdere miljoenen. De prijs van de buizen is wel aan het dalen, wat maakt dat in een dichter bevolkt gebied de investering wél haalbaar is.” De Schutter pleit voor meer politiek draagvlak en zichtbaarheid van warmtenetten. “Er -moeten warmtecoöperaties ontstaan. Mensen moeten niet enkel kunnen investeren in windmolens, maar ook in duurzame warmte. Vlaanderen moet zon, wind én warmte op de politieke agenda zetten. Dan zal het belang ervan ook doordringen bij de bevolking.”

Geen goudmijn

Ook projectontwikkelaars moeten op de kar springen, en die kijken vooral naar de businesscase, zegt Wouter Cyx. “Een warmtenet is vandaag geen goudmijn. De investering is ook gevoelig voor de vastgoedconjunctuur: een vastgoedcrisis heeft ook grote gevolgen voor de opbrengsten van een warmtenet. Projectontwikkelaars willen zeker zijn van de businesscase. Er zijn vaak veel scenarioanalyses nodig om hen te overtuigen. Door het gebruik van restwarmte en hernieuwbare bronnen hoef je bij een warmtenet geen rekening te houden met onzekere fossiele brandstofprijzen. En aardgas zal ook niet altijd zo goedkoop blijven. Maar het blijft moeilijk.”

Warmte@vlaanderen

Om een succesvol warmteproject te ontwikkelen is de rendabiliteit een belangrijke factor. Distributienetbeheerders Eandis en Infrax willen dat potentieel maximaliseren en hebben daarom het nieuwe warmtebedrijf warmte@vlaanderen opgericht. “Door de krachten te bundelen kunnen warmtenetten gemeenschappelijk worden aangelegd. Dat is vooral voor de hand liggend in regio’s waar zowel Eandis als Infrax actief zijn. Het is ook beter om onze technologische kennis en ervaring te delen. De stap zetten naar een gemeenschappelijk project was daardoor vanzelfsprekend. Het is de bedoeling dat het warmtebedrijf de volledige ketting van productie en distributie tot levering van warmte kan verzorgen, naast de bouw en het onderhoud van de installaties. De structuur van het warmtebedrijf laat participatie door andere partijen toe. Dat zal afhangen van project tot project”, klinkt het bij het fonkelnieuwe warmtebedrijf. Momenteel lopen er projecten in Antwerpen, Kuurne, Harelbeke, Hooglede, Roeselare, Turnhout, de Kempen en Limburg.

Industriële bakkerijen

Als aanbieder (en potentiële afnemer) van restwarmte moet ten slotte ook de industrie overtuigd zijn van de voordelen. Daar heerst soms nog wat onzekerheid, weet Erik De Schutter. “Bedrijven kunnen zowel afnemer als leverancier van warmte zijn. Die leveranciers hoeven geen grote instellingen te zijn, het kunnen net zo goed kmo’s zijn, zoals industriële bakkerijen. Voor bedrijven is het vaak moeilijk om garanties voor een zeker warmteaanbod te geven op lange termijn. Daarom moet een warmtenetoperator de warmte bij meerdere bedrijven halen. Zo kun je ondernemingen overtuigen om warmte te leveren met enige leveringszekerheid, maar niet als enige leverancier.”