Mblad vraagt de mening van vier experts. Zijn ze akkoord of hebben ze een andere kijk op de zaak?

Stelling: “Iedereen wint bij tijdelijke natuur”

Het beruchte dossier Essers, het bedrijventerrein Kristalpark in Lommel (habitat van de zeldzame lentevuurspin), het Bergmolenbos in Roeselare (gegeerd bij projectontwikkelaars)… Natuur en economie staan vaak lijnrecht tegenover elkaar. Onze noorderburen hebben een compromis in het leven geroepen dat prima lijkt te werken: tijdelijke natuur. Natuur mag zich ongestoord ontwikkelen op braakliggend terrein en de grondeigenaar krijgt de juridische zekerheid dat de fauna en flora zonder morren moeten verkassen als het moment van exploitatie is gekomen. Waar wacht Vlaanderen nog op?

Aaike Verlinden, duurzaamheidsmanager bij zandwinningsbedrijf Sibelco, en Cathy Blervacq, Director Sustainability bij Sibelco Europe

Sibelco Sibelco“Sibelco ijvert al jaren voor de implementatie van het concept van tijdelijke natuur in Vlaanderen. We staan te popelen om tijdelijke natuur aan te leggen op de terreinen in en rond talloze van onze vestigingen in West- en Centraal-Europa. Maar het is wachten op signalen van de overheid dat de gebieden die we herbestemmen straks ook weer ontgonnen kunnen worden.”
“Op onze site in Lommel willen we bijvoorbeeld tijdelijk stroken van hoogwaardige natuur aanleggen die als ecologische verbinding kunnen dienen tussen de Lommelse Sahara in het noorden en het Waaltjesbos in het zuiden. Door vegetatie zoals droge heide aan te leggen en structurele elementen zoals zandduinen willen we soorten als de gladde slang, de heivlinder en de rugstreeppad een duwtje in de rug geven. Dat project zou niet alleen voor ons, maar voor heel Vlaanderen een primeur zijn.”

 

Hendrik Schoukens, assistent aan de vakgroep Europees, Publiek en Internationaal Recht van de Universiteit Gent en advocaat gespecialiseerd in natuurbeschermingsrecht

UGent“In Vlaanderen ligt minstens 17.000 hectare aan braakliggend terrein te wachten op een economische bestemming, van uitbreidingsgebied voor de haven over particuliere bouwgronden tot ontginningsgronden voor groeven. De ontwikkeling van tijdelijke natuur op die terreinen zou een flinke boost geven aan de bedreigde biodiversiteit. De snelheid waarmee die tijdelijke natuurgebieden kunnen worden aangelegd staat in schril contrast met het tempo waaraan de extra natuur- en bosgebieden beloofd door de Vlaamse Regering worden gerealiseerd. Bovendien geniet tijdelijke natuur de uitdrukkelijke steun van het bedrijfsleven, en kost het de belastingbetaler geen cent extra.”

“Grondeigenaren grijpen nu nog vaak terug naar natuurwerende (en tijdrovende en kostelijke) maatregelen om hun terreinen te vrijwaren van natuur. Ze maaien gras of spuiten bestrijdingsmiddelen.
Niet alleen om het onkruid weg te houden, maar ook om beschermde soorten geen kans te geven zich te settelen. Ze willen koste wat het kost het scenario vermijden waarin een zeldzame beschermde soort de exploitatie van hun terrein tegenhoudt. Bij tijdelijke natuur zijn ze van die zorg verlost, en de natuur krijgt er gratis en voor niets ademruimte bij. Zo’n terrein zal vooral pionierssoorten aantrekken, soorten die gemakkelijk en snel kale gebieden innemen en zich snel voortplanten. Denk aan beschermde padden-, mieren- of salamandersoorten.”

“Als het concept van tijdelijke natuur in het Vlaamse beleid wordt opgenomen, moet het stevig juridisch worden onderbouwd om perverse gevolgen uit te sluiten. Maar als dat lukt, wint iedereen erbij. Tijdelijke natuur moet ook altijd worden beschouwd als iets extra. Het mag nooit dienen als excuus om te gaan morrelen aan permanente natuurgebieden. Bedrijven mogen de tijdelijke natuur die ze inrichten op hun braakliggende terreinen ook nooit als compensatiegebied gaan zien. De wetgever zal daar duidelijk in moeten zijn, ook wat betreft de communicatie. Mensen beschouwen stukjes natuur in hun buurt snel als verworvenheden, terwijl dat bij tijdelijke natuur nooit het geval zal zijn.” “Kortom: tijdelijke natuur is een positief verhaal. Kijk maar naar Nederland, waar tijdens een testcase de juridische aspecten van het concept afgetoetst werden. Niets houdt de Vlaamse overheid tegen om hier hetzelfde te doen. Als die proef positief verloopt, zoals in Nederland, kunnen we het concept zonder problemen invoeren.”


Remco Barkhuis, hoofd Infrastructuur en Geoinfo bij Havenbedrijf Amsterdam

Havenbedrijf Amsterdam“Voordat we met tijdelijke natuur aan de slag gingen, was het onze gewoonte om braakliggende bedrijfsterreinen te maaien, zodat de natuur zich er niet kon ontwikkelen. Maar in het concept van tijdelijke natuur zit per definitie een ‘ontheffing’ vervat: zodra er zich een klant aandient voor het terrein, mag je de fauna en flora weghalen. Tot dan laten we de natuur haar gang gaan. Het staat je vrij om de biodiversiteit op het terrein te stimuleren. Wij leggen bijvoorbeeld poelen aan en graven hellingen af. Zo trekken we bewust verschillende soorten planten en dieren aan.” “Om met tijdelijke natuur te beginnen moet je een ontheffingsaanvraag indienen. Op basis van de locatie en het bodemtype van je terrein wordt aan die aanvraag een standaardlijst toegevoegd met dier- en plantensoorten die zich er kunnen vestigen. Het hele idee van tijdelijke natuur steunt immers op de garantie dat alle soorten die het terrein koloniseren later ook weer mogen worden weggehaald. In ons geval gaat het om een beperkt aantal soorten, want de biodiversiteit in de buurt is niet zo groot.”

“De allereerste ontheffingsaanvraag in Nederland kwam van ons. In augustus 2009 kregen we de ontheffing van het ministerie van Economische Zaken. Toen we onze aanvraag deden, hebben we meteen een partij gezocht die bezwaar wilde aantekenen, zodat de zaak kon uitgroeien tot een testcase voor het concept. We kregen uiteindelijk groen licht van de Rechtbank in Amsterdam en in tweede aanleg van de Raad van State.

De tegenpartij, een natuurvereniging, bracht een aantal argumenten aan die door de rechter werden verworpen. Zo zeiden ze dat we een ecologische ‘val’ creëerden, een aantrekkelijk stukje natuur waar dieren uit de buurt naar zouden migreren. Nu gaat het bij tijdelijke natuur meestal om gebieden die vooral interessant zijn voor pionierssoorten. En laat die net zeer dynamisch en mobiel zijn. Een rugstreeppad loopt in één nacht zo’n gebied over, en orchideeënzaden waaien kilometers met de wind mee.” “Een paar maanden geleden is voor het terrein een inrichtingsplan gemaakt en hebben we de natuur verplaatst naar andere gebieden. De padden hebben we met schepjes en emmertjes gevangen en de orchideeën hebben we voorzichtig uitgestoken. De broedvogels laten we nog uitbroeden. Ondertussen breken we de wand waarin ze hun nesten hebben gemaakt stelselmatig af, zodat ze volgend jaar een andere broedplaats opzoeken.”

“In Nederland zijn er intussen veertig ontheffingen verleend. In de haven van Rotterdam is er zelfs een ontheffing verleend voor een gebied van 700 hectare. Een substantiële winst voor de natuur én bevestiging dat het beleid werkt.”

In Vlaanderen zijn er nog geen officiële projecten die tijdelijke natuur in de praktijk brengen. Een regeling is al enige tijd in de maak, maar wanneer die van kracht wordt, is onduidelijk.

 

Dit artikel verscheen in de wintereditie van Mblad, in januari 2017.