REMO-site

Mblad vraagt de mening van vier experts. Zijn ze akkoord of hebben ze een andere kijk op de zaak?

Stelling: “Binnen afzienbare tijd worden stortplaatsen in Vlaanderen op een rendabele manier ontgonnen”

Peter Tom Jones, onderzoeksmanager Urban/Landfill Mining aan de KU Leuven en voorzitter van het European Enhanced Landfill Mining Consortium

Peter Tom Jones“De technologie zal bepalend zijn voor het succes. Geavanceerde technieken zoals plasmatechnologie laten toe om uit de reststroom die overblijft na recyclage schoon syngas te halen dat vervolgens kan worden opgewerkt tot ‘five-grade’ waterstof. Een tweede commercieel product is plasmasteen, een verglaasd materiaal dat omgezet kan worden als binder in bouwmaterialen ter vervanging van cement. Die procedés worden momenteel gedemonstreerd in industriële piloottests, de volgende stap is full-scale. Met klassieke recyclage- en verbrandingstechnieken is landfill mining van huishoudelijke stortplaatsen voor private actoren alleen rendabel als er ook een saneringsnoodzaak is. Door het gerecupereerde materiaal te valoriseren, kan je de netto saneringskost drastisch reduceren. Ook de prijs van het land dat je recupereert, is doorslaggevend. Ligt de site in industrie- of woongebied, dan verdien je de investering terug uit de verkoop van het land. In het geval van de REMO-site is dat niet mogelijk aangezien de nabestemming van het terrein natuurgebied is. Een positieve businesscase is hier rechtstreeks afhankelijk van de toegevoegde waarde van de eindproducten. Om enhanced landfill mining (ELFM) effectief te doen doorbreken is er behoefte aan een performante prioriteringstool, waarbij stortplaatsen efficiënt gescreend kunnen worden op basis van hun logboek en geofysische kenmerken. Van de 2000 Vlaamse landfills hoeven we er dan misschien maar 20 diepgaand te karakteriseren. In heel Noordwest-Europa, met zijn 100.000 landfills, zou dat een enorme tijds- en kostenbesparing betekenen. Vervolgens kunnen de meest interessante en rendabele stortplaatsen met voorrang worden aangepakt. Op die sites kunnen we onze technieken verbeteren, om ze vervolgens toe te passen op kleinere stortplaatsen.”

Jan Verheyen, woordvoerder van de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM)
OVAM“Een goed beheer van de historische en huidige stortplaatsen neemt een belangrijke plaats in het afval-, materialen- en bodembeleid in. Een geïntegreerde aanpak is nodig, met aandacht voor
voorraadbeheer, onze grondstoffenbehoefte, de nood aan open ruimte én de algemene bodemkwaliteit. Studies wijzen uit dat het met de huidige wetenschappelijke kennis nog twintig jaar of langer kan duren voordat stortplaatsen op een grootschalige en marktconforme wijze ontgonnen kunnen worden. Veel hangt natuurlijk af van de prijsevoluties in de grondstoffenmarkt. Als de grondstoffen duur zijn, zal een ontginning sneller rendabel zijn. Daarnaast zijn er ook specifieke afvalstromen gestort waarvoor een snellere valorisatie mogelijk is. Al is het de vraag of we door louter te focussen op de valorisatie van het ontgraven materiaal, binnen afzienbare tijd de stortplaatsen ook werkelijk op een rendabele manier kunnen ontginnen. Vanuit de OVAM interpreteren we ‘ontginnen’ in de brede betekenis van het woord. Het gaat niet alleen om het ontgraven en valoriseren van het afval door recyclage of verbranding. Dat kan er zeker een plaats in hebben, maar in ons concept ‘duurzaam voorraadbeheer van stortplaatsen’ besteden we ook aandacht aan andere aspecten. Energiewinning bijvoorbeeld, via stortgassen of zonnepanelen op afgewerkte stortplaatsen. Maar ook de herontwikkeling van verweesde terreinen en het herwinnen van onderbenutte ruimte, de bescherming van de bodemkwaliteit en het leefmilieu … Bovendien moeten state-of-the art stortplaatsen ook uitgebaat kunnen worden als tijdelijke opslagplaatsen voor materialen die we vandaag nog niet kunnen recycleren of valoriseren. Al die elementen kennen vandaag al toepassingen in concrete projecten in Vlaanderen. Kortom, als we onder het ontginnen van stortplaatsen een integrale benadering van stortplaatsen verstaan, hoeven we de ‘afzienbare tijd’ niet af te wachten, maar brengen we dat vandaag al in de praktijk.”


Rob Buurman, verantwoordelijk voor circulaire economie bij de Bond Beter Leefmilieu

Ron Buurman“Vanuit milieutechnisch oogpunt is ELFM een beloftevol concept. Maar of het ook werkelijk zal doorbreken in Vlaanderen, is twijfelachtig. Het Vlaamse beleid is erop gericht de capaciteit van verbrandingsovens af te stemmen op de hoeveelheid afval die we jaarlijks genereren. Wat we niet willen, is dat er extra verbrandingsovens gebouwd moeten worden, maar die zijn net nodig om de ontginning van stortplaatsen rendabel te maken. Enkele tientallen procenten van het materiaal in een stortplaats mogen dan wel naar recyclage gaan, het overgrote deel moet worden verbrand. Als de stortplaats eenmaal ontgonnen is, moet de verbrandingsinstallatie blijven draaien en daartoe zal ze afval uit andere regio’s en landen aantrekken. Dat zou een groot nadeel zijn. Kan ELFM rendabel worden? Dat is maar net hoe je ‘rendabel’ definieert. Als er bijvoorbeeld groenestroomcertificaten nodig zijn om een project rendabel te maken, of andere budgettaire inspanningen van de overheid, moet je dat toch kritisch bekijken. Misschien kan de economische meerwaarde van het vrijgekomen gebied uiteindelijk een meerwaarde bieden, al is het daarbij ook belangrijk om te kijken naar de belangen van de omwonenden. Niemand zal het fijn vinden als er gedurende twintig jaar intensieve werkzaamheden in de buurt plaatsvinden. In elk geval moet bij de implementatie van ELFM aan een hele reeks randvoorwaarden worden voldaan: zorgen voor een goede herbestemming van het gebied, de materialen maximaal recycleren, oog hebben voor de wensen van de omwonenden en een negatieve impact van het verbrandingsbeleid/ materialenbeleid voorkomen.”

Yves Tielemans, business unit manager REMO-Milieubeheer bij Group Machiels
Yves Tielemans“Rendabele ontginning is in Vlaanderen binnen afzienbare tijd mogelijk op onze REMO-site in Houthalen-Helchteren, al blijven we daarvoor afhankelijk van een aantal externe factoren. De site heeft een interessante en goed gedocumenteerde inhoud en een voldoende grote capaciteit (16 miljoen ton). Door jarenlang onderzoek zijn we erin geslaagd de juiste technieken te ontwikkelen om er waardevolle materialen uit te halen, die het mogelijk maken winst te maken met afval. De sleutel van ons businessmodel is upcycling. Uit afval kan je elektriciteit en warmte genereren, maar die laatste is moeilijk op te werken of op te slaan. De klassieke verbrandingsinstallaties werken volgens een lineair model, dat erop gericht is zoveel mogelijk afval te verwerken. Wij beschouwen stortplaatsen als voorraadkamers, waaruit we hoogwaardige producten kunnen halen, met een duidelijke toegevoegde waarde. Dat circulaire model zie je nu op tal van plaatsen terugkomen, denk maar aan het Saoedische bedrijf dat in de haven van Antwerpen plastic afval wil recycleren tot grondstoffen voor de chemische industrie. Momenteel wordt de vergunningsaanvraag voorbereid om in 2018 een eerste installatie op industriële schaal te kunnen opstarten. Die installatie zal een capaciteit hebben van 30.000 ton per jaar. Per uur zal zo’n 300 kilogram waterstofgas gegenereerd worden. Het is niet onze ambitie om zelf energieproducent te worden. Daarom lopen nu commerciële onderhandelingen om een industrieel consortium te vormen met grote industriële spelers in de waterstof(distributie)markt en de productie van hoogwaardige bouwmaterialen. Group Machiels wil van ELFM een succesvol Vlaams exportproduct maken. Het concept dat we nu in Vlaanderen perfectioneren, willen we met onze partners ook internationaal uitrollen. De helft van onze activiteiten spelen zich in Vlaanderen af, de andere helft in Chili. In Chili zijn we één site concreet aan het evalueren met het oog op ELFM. En ook in India, Kroatië en Griekenland prospecteren we.”

 

Dit artikel verscheen in Mblad, in juli 2016.