Vlaanderen Circulair

Maak kennis met Vlaanderen Circulair, de circulaire matchmaker

De speeltijd is voorbij, het is tijd om de circulaire economie eindelijk eens breed uit te rollen in Vlaanderen. Dat is de niet mis te verstane missie van Vlaanderen Circulair, het zopas opgerichte samenwerkingsverband tussen bedrijven, kennisinstellingen, het middenveld en de overheid. “Aantonen dat het nieuwe businessmodel opschaalbaar en economisch aantrekkelijk is: daar gaat het om”, zegt transitiemanager Jiska Verhulst.

Noch de overheid, noch het bedrijfsleven, het middenveld, de kenniswereld of de consument heeft afzonderlijk de kennis of de instrumenten om de omslag naar een circulaire economie te realiseren. Dat was de gedachtegang achter de oprichting van het Vlaams Materialenprogramma (VMP) in 2011. Vanuit het Materialenprogramma werkten partners uit alle geledingen van de samenleving samen aan de transitie naar een duurzame omgang met grondstoffen en materialen. Vijf jaar lang werd gewerkt aan visievorming op lange termijn (in het transitieplatform Plan C), onderzoek naar de rol van de overheid in de transitie naar een circulaire economie (vanuit SuMMa, het Steunpunt Duurzaam Materialenbeheer) en actie op het terrein (met het actieplan Agenda 2020). Die drie pijlers van het VMP smelten nu samen in het publiek-private samenwerkingsverband Vlaanderen Circulair, dat actief ondersteund zal worden door de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM).

Ondernemerschap en innovatie 

Hoe ver staat Vlaanderen in de circulaire economie, vijf jaar na de lancering van het Vlaams Materialenprogramma?  

Jiska VerhulstJiska Verhulst: “De voorbije jaren zijn we erin geslaagd het begrip ‘circulaire economie’ in de markt te zetten. Hét bewijs is dat de circulaire economie nu verankerd is als een van de zeven transitieprioriteiten van de Vlaamse Regering. Ook zijn er schitterende cases uitgewerkt rond duurzaam materialenbeheer in de bouw-, chemie-, metalen-, kunststoffen- en bio-economiesector. Na die experimentele fase zijn we nu klaar voor de volgende uitdaging: tonen dat die nieuwe businessmodellen rond circulaire economie ook opschaalbaar zijn. En dat is precies het doel van Vlaanderen Circulair.”

 

 

Waarom is er nood aan een nieuwe motor om de circulaire economie aan te jagen? Heeft het duurzaam materialenbeheer niet het verhoopte effect opgeleverd?  

Verhulst: “De partners van het VMP boekten al snel resultaten in het sluiten van materialenkringlopen, maar ondertussen vond het concept van circulaire economie internationaal enorm veel weerklank. ‘Circulair’ staat daarbij voor het sluiten van kringlopen, maar niet alleen van materialen: ook van water, ruimte, voeding, energie … ‘Economie’ gaat over het capteren van verloren waarde, door in te zetten op hergebruik, remanufacturing, recyclage en herstel. Het duurzaam materialenbeheer ging vooral uit van ecologische overwegingen, terwijl het economische luik nu mee op het voorplan treedt. De acties die we voortaan op het getouw zetten, zullen veel meer in het teken staan van ondernemerschap en innovatie. Thema’s als productinnovatie, samenwerking over de waardeketen en businessmodelinnovatie zullen meer aandacht krijgen.”

Die vlucht vooruit zou wel eens gestuit kunnen worden door obstakels: onaangepaste regelgeving, de consumptiecultuur die niet snel genoeg switcht … Hoe willen jullie die hindernissen overwinnen?

Verhulst: “Het klopt dat er nog heel wat obstakels zijn: qua wetgeving, maar ook qua financiering. Het businessmodel van de circulaire economie is totaal anders dan het lineaire model en dat heeft ook gevolgen voor de financiering. Banken hebben vaak nog onvoldoende vertrouwen om krediet te verstrekken en daarom verkent de circulaire economie nu veelal alternatieve financieringsbronnen zoals crowdfunding. We moeten overleggen met de bankwereld of zij hun regels kunnen aanpassen, of er alternatieve financieringsmodellen zijn, enzovoort.” “Maar ook een mindshift is belangrijk. In een circulaire economie is de consument niet langer een verbruiker van producten, maar een gebruiker van diensten zoals wonen, communicatie, mobiliteit … Hij betaalt voor de toegang tot die service en bezit geen producten meer. Die diensteneconomie vraagt een mentale ommezwaai bij alle burgers.”  “We moeten vooral tonen dat het kan. En daarvoor hebben we middelen nodig. Door concrete projecten op te zetten, proeftuinen te lanceren en pilootprojecten te initiëren, moet iedereen het potentieel van de circulaire economie zien.” Jan Verheyen, woordvoerder bij de OVAM: “Vanuit de OVAM kunnen we aanvullend werken: de verwezenlijkingen van Vlaanderen Circulair vertalen naar onze achterban. Om een concreet voorbeeld te noemen: het plan Huishoudelijke Afvalstoffen dat vorig jaar van kracht werd, maakte voor het eerst expliciet melding van de circulaire economie en de initiatieven die lokale besturen daarrond kunnen opzetten. Op die manier werkt de OVAM mee aan een breed draagvlak voor de circulaire economie.”

Meer slagkracht

Heeft de OVAM in het verhaal van Vlaanderen Circulair niet heel veel verschillende petten op?

Verhulst: “Vlaanderen Circulair is het knooppunt, de inspirator en matchmaker rond circulaire economie in Vlaanderen. De drijvende kracht daarachter is een partnerschap van organisaties uit de bedrijfswereld, het middenveld, de academische wereld en de overheid. Het Team Vlaanderen Circulair opereert onder de vleugels van de OVAM en ondersteunt het samenwerkingsverband.”

Jan Verheyen, OVAM

Verheyen: “Daarnaast is de OVAM ook een partner binnen het samenwerkingsverband van Vlaanderen Circulair, met een focus op duurzaam materialenbeheer binnen een circulaire economie. Het team van Vlaanderen Circulair zal dus evengoed initiatieven van de OVAM ondersteunen en zichtbaar maken, net zoals ze dat zal doen voor partners als de sectorfederaties essenscia en Agoria of de Bond Beter Leefmilieu.”

 

 

Is die sturende rol van de overheid essentieel? Is het businessmodel van de circulaire economie dan niet krachtig genoeg op zich?

Verhulst: “Het transitieplatform Plan C heeft de voorbije jaren heel wat gedaan om het bewustzijn rond circulaire economie te vergroten. Maar omdat we vooral in de diepte werkten, bleef het bij innovatieve projecten en initiatieven met een beperkt bereik. Nu willen we het tegenovergestelde: we willen de circulaire economie breed uitrollen in alle sectoren. Daarvoor heeft een kleine vzw niet voldoende slagkracht. Dan heb je een team nodig dat ondersteund wordt door een organisatie als de OVAM met 35 jaar ervaring in die materie.”

Verheyen: “Als je aan nieuwe en innovatieve dingen werkt, is het interessant om vanuit verschillende kanalen en instrumenten ideeën en initiatieven te laten opborrelen. Daarom opereerde het VMP in drie aparte vehikels. In die pioniersfase versterkten en inspireerden de drie onafhankelijke entiteiten elkaar. Het accent lag toen op communiceren, sensibiliseren en experimenteren met een beperkt aantal pioniers. Maar nu we de circulaire economie breed willen uitdragen, is het nodig om de krachten opnieuw samen te ballen. Dat is de enige manier om voldoende impact te hebben.”

Iedereen welkom

Wie doet er allemaal mee in Vlaanderen Circulair?

Verhulst: “De kern van Vlaanderen Circulair omvat dezelfde partners als die van het VMP: diverse overheids-agentschappen en kennisinstellingen, maar ook de industriële sectororganisaties Agoria, essenscia, Go4Circle (het vroegere FEBEM) en de Vlaamse Confederatie Bouw. Tegelijk springen andere stakeholders op de kar. In eerste instantie zijn dat organisaties die werken rond water (zoals VLAKWA, het Vlaamse Kenniscentrum Water) en voedsel (onder andere Fevia). Bovendien is ook het middenveld vertegenwoordigd, met bijvoorbeeld Transitienetwerk Middenveld als belangrijke nieuwe partner.”

Mogen ook andere organisaties zich aansluiten?

Verhulst: “De kern van partners heeft zich met concrete acties geëngageerd om samen werk te maken van een circulaire economie. Maar de uiteindelijke ambitie van Vlaanderen Circulair is om uit te groeien tot een beweging waar steeds meer stakeholders op inhaken en waaruit continu nieuwe acties en projecten voortspruiten. Dus ja, ook andere partners zijn welkom.”

De missie van Vlaanderen Circulair staat of valt met innovatie. Zo komen jullie op het terrein van de sectorale speerpuntclusters die minister Muyters momenteel erkent in het kader van het nieuwe Vlaamse innovatiebeleid. Gaan jullie samenwerken?

Verhulst: “Het is in elk geval de bedoeling om zeer nauw samen te werken met de speerpuntclusters en de innovatieve bedrijfsnetwerken. Met elke speerpuntcluster gaan we bekijken wat we kunnen realiseren rond circulaire economie. Concreet gaan we hun projectportfolio samen onder de loep nemen: Welke strategieën passen nu al in de circulaire economie? Welke projecten komen in aanmerking als voorbeeld voor de hele sector? Hoe kunnen we het circulaire ambitieniveau van lopende projecten optrekken? Dat zijn heel concrete afspraken die we het komende jaar met elk van de speerpuntclusters gaan maken. Tegen de zomer zouden die eerste clusterpacten er moeten zijn.”

Zuurstof

We staan voor een paradigmashift in ons economisch systeem. Kunnen we deze transitie een nieuwe industriële revolutie noemen?

Verheyen: “Ik denk dat we ons moeten hoeden voor groteske vergelijkingen. Een heel belangrijke tendens is de industrie 4.0: de razendsnelle opkomst van de digitalisering, artificial intelligence, het internet of things, robots … Daarbij is het zeer belangrijk dat het streefdoel niet de digitalisering en de technologie an sich is, maar dat die ontwikkelingen de circulaire economie dienen. Bijvoorbeeld: om op maat te produceren en overstock te vermijden, automatiseert het bedrijf van de toekomst een deel van het productieproces. Of: door producten zo te ontwerpen dat ze goed gestapeld kunnen worden, moet het bedrijf minder transporteren en daalt de CO2-uitstoot.”

Waar wil Vlaanderen Circulair over vijf jaar staan?

Verhulst: “Ik hoop dat we tegen dan hebben kunnen aantonen dat de circulaire economie geen hol begrip is, maar een enorme kans voor de hele samenleving. Dat het er niet alleen voor zorgt dat we slim omgaan met materialen en minder CO2 uitstoten, maar dat er ook rendabele businessmodellen in schuilen.”

Welke rol zie jij daarin voor jezelf als transitiemanager?

Verhulst: “Ik zie twee belangrijke componenten in die rol: de dingen in beweging zetten en verbinden. Vlaanderen Circulair staat of valt met het partnerschap. Als de samenwerking stokt, dan loopt ook het verhaal van de circulaire economie spaak. Als team moeten we voortdurend de synergie tussen de verschillende partners nieuwe zuurstof geven. En er tegelijk voor zorgen dat de circulaire economie wind in de zeilen krijgt.”

 

Dit artikel verscheen in Mblad, maart 2017.