Millibeter

Kempense cluster moet insectenkweek op de (wereld)kaart zetten

Insecten kunnen in grote aantallen en op een zeer kleine oppervlakte worden gekweekt. Bovendien gedijen sommige soorten zeer goed op organisch substraat zoals gft-afval of varkensmest. Waarom dan geen hoogwaardige grondstoffen zoals dierlijke eiwitten en vetten ‘oogsten’ uit insecten, binnen het raamwerk van de circulaire economie? Dat is waar de zopas opgerichte Kempen Insect Cluster naartoe wil.  

Terwijl de hype van de insectenburger al een tijdje op z’n retour is, oogt de toekomst van het gebruik van insecten in duurzame productieketens nog altijd rooskleurig. Insecten bestaan grofweg uit drie componenten: eiwitten, vetten en chitine (na cellulose het meest voorkomende polymeer op aarde). Stoffen, kortom, die ook veel toepassingen kennen buiten de keuken. In de chemische industrie bijvoorbeeld, waar ze als hoogwaardige grondstoffen kunnen worden gebruikt in bijvoorbeeld ‘groene’ vloeren, lijmen en afdichtingen. Of in de farmaceutische nijverheid of de cosmetica-industrie, twee sectoren die sterk afhankelijk zijn van organische grondstoffen.

Recyclagefabriekjes 

Millibeter

“De productie van insecten is moduleerbaar: bij afnemende vraag kun je snel enkele kasten ‘stilleggen’, terwijl je er bij een piekvraag een paar bijzet”
Johan Jacobs, Millibeter

De meest directe en logische toepassing ligt in een alternatief voor de huidige vee- en visvoeders. Vandaag wordt kweekvis (de carnivore vissen dan, die de meerderheid uitmaken van wat er bij de vishandelaar ligt) voornamelijk nog gevoed met vismeel en -olie. Beide producten worden gemaakt door wilde, commercieel niet interessante vissen en zeedieren te vermalen, een niet-duurzame praktijk die de mariene ecosystemen wereldwijd in gevaar brengt. De levensnoodzakelijke eiwitten voor kweekvis kunnen echter net zo goed van insecten komen als van minderwaardige vissoorten. In veevoeder kunnen insecteneiwitten dan weer dienen als duurzaam vervangmiddel voor soja. Sinds de dioxinecrisis in België en de BSE-crisis (gekkekoeienziekte) in Groot-Brittannië is de veehouderij sterk afhankelijk van de import van soja, onder meer uit Brazilië. Maar insecten zijn niet alleen interessant omdat hun productie nauwelijks negatieve gevolgen heeft op milieugebied. De meeste soorten zijn ook superefficiënte recyclagefabriekjes: ze zetten organisch afval om in energie en lichaamsmassa, waarbij het laatste kan worden gebruikt voor de productie van hoogwaardige eiwitten, vetten en chitine. “Door insecten te kweken op afval- en reststromen en hun lichaamsmassa als nieuwe grondstof te gebruiken, sla je dus twee vliegen in één klap”, vertelt Johan Jacobs, CEO van Millibeter, een Antwerpse firma die van de inkapseling van de insectenkweek in de circulaire economie haar businessplan heeft gemaakt.

Veelvraten 

Millibeter zag in 2012 het licht als het geesteskind van Jacobs. “Ik las over de bijzondere eigenschappen van de zwarte wapenvlieg (ook bekend onder zijn Engelse naam: black soldier fly of BSF, red.). Dat is een tropische vliegensoort die niet in België voorkomt en die gekend is vanwege z’n weinig kieskeurige smaak”, vertelt Jacobs. “Bovendien bezit deze vlieg een korte voortplantingscyclus, waardoor ze zeer efficiënt allerhande organische afvalstromen kan verwerken. Maar het sterkste is nog dat de vliegen zélf niet eten; ze doen dat alleen tijdens de larffase. Hun larven zijn dan ook echte veelvraten.” Jacobs begon op de bovenverdieping van zijn huis vliegen te kweken en even later was zijn startup Millibeter geboren. Inmiddels heeft hij vijf collega’s in dienst met wie hij technologisch onderzoek doet en tegelijk de markt aftast.

Jacobs: “Aan het insectenverhaal is een heel apart en volstrekt nieuw model van verwerken en produceren verbonden. Je moet alle facetten van dat model goed kennen vooraleer je commercieel iets kunt betekenen.” De eerste jaren investeerde Millibeter vooral in R&D. Jacobs en zijn team onderzochten welke afvalstromen goed en welke minder goed ‘in de smaak vallen’ bij de larven van de wapenvlieg, in welke omstandigheden de kweek het beste plaatsvindt en hoe de eindproducten uit de larven kunnen worden gehaald. Vijf jaar na de oprichting lijkt Millibeter plots de wind in de zeilen te hebben. Eind vorig jaar kwam de Nederlandse bank ABN AMRO met een lijvig rapport waarin een spoedige en stevige groei voor de nog kleine ‘nichesector’ van de insectenkweek wordt voorspeld. En in maart wordt in Vlaanderen de Kempen Insect Cluster boven de doopvont gehouden, een samenwerkingsverband tussen bedrijven en een aantal kennis- en onderzoeksinstellingen uit de Kempen, dat Millibeter mee oprichtte. Het epicentrum van de cluster ligt in Geel, op de Technologiecampus van de KU Leuven en de Hogeschool Thomas More. Daar wordt al langer onderzoek gedaan op het vlak van de grondstofarme, duurzame en circulaire economie – er wordt bijvoorbeeld ook het gebruik van algen in diervoeders onderzocht.

“De Kempen Insect Cluster is een innovatief samenwerkingsverband over de sectoren heen”, zegt Renilde Craps, gedelegeerd bestuurder van Voka Kempen, een van de initiatiefnemers. “In eerste instantie focussen we op Vlaanderen, maar op langere termijn willen we ook internationaal een voortrekkersrol gaan spelen.” Niet zo hooggegrepen als het lijkt: met een bedrijf als Biobest (gevestigd in Westerlo, maar met filialen in alle windstreken) heeft de cluster al een stevige internationale reputatie. “Biobest is wereldbekend door zijn hommels. Die worden gebruikt voor de bevruchting van groente- en fruitgewassen en in de sierteelt”, zegt Johan Jacobs. “Het bedrijf heeft niet alleen erg veel expertise in huis op het vlak van insectenkweek, maar het bezit ook een grote hommelfabriek in China.”

Kweekinstallatie 

Een andere Vlaamse speler in de circulaire economie die nauw samenwerkt met de cluster is Van Gansewinkel, een afvalverwerkend bedrijf dat zowel in België als Nederland actief is en sterk vertegenwoordigd is in de Kempen. Recent sloot Van Gansewinkel met Millibeter een strategische samenwerkingsakkoord over de verwerking van organische afvalstromen. “Van Gansewinkel verwerkt dagelijks tonnen groenafval afkomstig van tientallen verschillende bronnen: varkensmest, snoeiresten, gft-afval …

Millibeter

Sinds begin dit jaar staat Europa toe dat insecten als visvoer worden gebruikt.

Dankzij die continue en gediversifieerde aanvoer kunnen wij enerzijds onze R&D voortzetten, en ons anderzijds voorbereiden op een draaiende pilootinstallatie.” Die pilootinstallatie van Millibeter zal nauw samenwerken met de Kempische onderzoeksinstellingen, waar studenten en onderzoekers de verwerking van de reststromen verder zullen bestuderen en verfijnen. “Op de campus in Geel beschikken we nu al over een kweekinstallatie”, zegt Mik Van Der Borght, docent aan de KU Leuven op de Technologiecampus Geel. “Het is onze bedoeling om samen met collega’s van Thomas More die kweekinstallatie verder te professionaliseren en de insectenkweek ook verder op te schalen. Op laboratoriumschaal werkt het allemaal prima, maar een productie op industrieel niveau is nog heel wat anders.”

Dat beseft ook Johan Jacobs. “De opschaling is een grote uitdaging. Een modale veehouder of viskweker gebruikt al gauw enkele tonnen aan diervoeder of vismeel per dag. Bij hen moet je dus niet afkomen met een paar kilo insectenvoer.” Tegelijk is een snelle opschaling een troef die – eens insectenkwekers ze goed onder de knie hebben – de traditionele producenten van hoogwaardige eiwitten in het defensief kan dringen. Jacobs: “Om insecten te kweken heb je zeer weinig ruimte nodig, in één kweekkast passen al gauw tienduizenden vliegen en vliegenlarven. Bovendien is de productie moduleerbaar: bij afnemende vraag kan een kweker zeer snel enkele kasten ‘stilleggen’, terwijl hij er bij een piekvraag gewoon een paar bijzet.” Hoeft het nog gezegd dat de ecologische voetafdruk – zeker als de larven op afvalstromen worden gekweekt – erg klein is? Ook handig: op het vlak van wetgeving lijkt Europa het insectenverhaal steeds meer genegen. Zo is sinds begin dit jaar toegestaan dat insecten als visvoer worden gebruikt, en vanaf 2020 mogen dierlijke eiwitten (zoals insecten) wellicht ook weer gebruikt worden als voeder voor varkens en pluimvee.

Ambitieus

Millibeter wil binnenkort de eerste stappen op de markt zetten, met name die van de vee- en visvoerders. “We zullen starten met de productie van visvoeder op basis van insecten”, zegt Jacobs. “Dit is een puur economische keuze, omdat de prijs van vismeel momenteel beduidend hoger ligt dan die van soja, waartegen het moeilijker concurreren is. Naarmate we groeien en er kapitaal wordt geïnvesteerd, zullen we onze productie kunnen uitbreiden en kunnen we ook voor goedkopere soja een alternatief gaan produceren.” Maar Millibeter wil niet alleen producent worden, het wil haar technologie ook aanbieden aan andere – lees: grotere – bedrijven die met insectenkweek aan de slag willen gaan; zij het om hun afvalstromen te verwerken, zij het om hoogwaardige organische grondstoffen op een duurzame manier te produceren.

KU Leuven

Mik Van Der Borght, KU Leuven

Vooraleer de insectenkweek écht big business wordt, moet er echter nog heel wat R&D gebeuren. “Het doel is hoogwaardige grondstoffen op een duurzame en kostenefficiënte manier te produceren, binnen een circulaire setting”, zegt Mik Van Der Borght.  “Dat is zeer ambitieus. We moeten bijvoorbeeld goed weten in welke mate het eindproduct afhangt van de omstandigheden waarin de larven werden gekweekt, van de levensfase waarin ze verkeren op het moment van verwerking, en van het substraat waaraan ze zich te goed doen.” Met andere woorden: net zoals de dioxinecrisis pijnlijk duidelijk maakte dat je runderen, varkens en kippen niet zomaar alles kunt laten eten zonder de gezondheid van de consument in gevaar te brengen, hangt de kwaliteit van het insecteneiwit, -vet en -chitine sterk af van wat de larven als voeding krijgen. Van Der Borght: “De vetzuurprofielen van de eindproducten kunnen bijvoorbeeld zeer sterk uit elkaar liggen. We proberen de onderlinge relaties in de productie- en verwerkingsketen te doorgronden, waarna die kennis gebruikt kan worden om een product op de markt brengen.”

 

Kempen Insect Cluster 

Kempen Insect Cluster is een initiatief van Millibeter, Voka – KvK Kempen, KU Leuven, Thomas More en VITO (Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek), met de ondersteuning van het Innovatiecentrum Antwerpen. Behalve Biobest en Van Gansewinkel dienden ook Colruyt en veevoederfabrikant Lambers- Seghers zich al aan. Doel van de onderzoeks- en innovatiecluster is om van de Kempen een leider te maken in het kweken en verwerken van insecten voor chemie, veevoeder en menselijke consumptie. Op langere termijn zijn er toepassingen mogelijk in de cosmetica en farmacie. Op dit moment bereidt de cluster twee projecten voor. Ze hebben daarvoor 700.000 euro financiële steun gevraagd aan EFRO-Vlaanderen-GTI Kempen.

Dit artikel verscheen in Mblad, maart 2017.