soja zaaien Alpro

Hoe beschermt de voedingsindustrie haar import tegen de klimaatopwarming?

Klaar voor de storm

Extreme droogte, wateroverlast, bodemerosie, oprukkende gewasziektes … Maar ook een CO2-taks én nieuwe zeeroutes langs de Noordpool: de klimaatopwarming kan de import van grondstoffen stevig onder druk zetten. Dat geldt zeker voor de voedingssector, die in grote mate afhankelijk is van invoer uit kwetsbare gebieden. Maar door de eigen klimaatdoelstellingen aan te scherpen en intens samen te werken met leveranciers en producenten, kun je die dreiging omzetten in een economische opportuniteit. “Het is intussen duidelijk waar de trend naartoe gaat. Als bedrijf kun je daar beter vroeg dan laat op inspelen.”  

Of het nu om kleine kmo’s gaat of om multinationals, tegenwoordig ontsnappen bedrijven niet meer aan de druk om ‘iets’ te doen aan de klimaatverandering. Veel firma’s doen dat door hun energieconsumptie te verlagen. Dat is immers zowel goed voor het klimaat als voor het bedrijf zelf. Zeker als er straks ook nog een CO2-taks komt, waarvoor steeds meer stemmen opgaan. Maar de klimaatopwarming kan de bedrijfsvoering nog veel grondiger door elkaar schudden. In de voedingssector is dat al het geval. Extreme droogte of wateroverlast – twee gevolgen van de opwarmende aarde – kunnen oogsten doen mislukken en de beschikbaarheid van grondstoffen hypothekeren. Overheden kunnen met ‘groene’ importheffingen de klassieke invoerroutes onder druk zetten. En ook op logistiek vlak kan het klimaat roet in het eten gooien of net voor een steuntje in de rug zorgen. Denk maar aan vliegtaksen die import duurder maken en kortere zeeroutes door het smelten van de ijskappen op de Noordpool.

Traceerbaar van zaadje tot boon 

amandelboomgaard

Een traditionele amandelboomgaard in Spanje. Alpro werkt er samen met leveranciers rond duurzame amandelen.

De van oorsprong Belgische firma Alpro (nu onderdeel van het wereldwijde voedingsconcern Danone) importeert als vanouds diverse plantaardige grondstoffen om er plantaardige alternatieven voor zuivel zoals sojadrinks en alternatieven voor room, yoghurt en nagerechten van te maken. Sojabonen voert het bedrijf, dat een grote fabriek heeft in Wevelgem, al meer dan 35 jaar in. Daarnaast laat Alpro ook amandelen, rijst, kokos, haver, cacao en fruit aanrukken uit Europa en andere delen van de wereld. “Voor zogenaamde strategische ingrediënten zoals soja hebben we langetermijnafspraken met de producenten”, zegt Greet Vanderheyden, duurzaamheidsmanager bij Alpro. “Die houden in dat de supply chain volledig traceerbaar is, van zaadje tot boon. Daarnaast zorgen we voor een ruime geografische spreiding.” Volgens Vanderheyden zijn volledige traceerbaarheid van de keten en een maximale transparantie tegenwoordig bijna een must, zeker voor voedingsbedrijven. “Niet alleen ngo’s of overheden eisen die traceerbaarheid, maar ook steeds vaker de consument.”

Tekenend voor die evolutie is bijvoorbeeld de lancering van Eos Tracé, het Vlaamse online platform voor bewuste consumenten dat voor tal van producten de impact op de menselijke gezondheid, het milieu, het klimaat en dierenwelzijn nagaat, van primaire grondstof tot eindproduct.

Vanderheyden: “Het is dus duidelijk waar de trend naartoe gaat. En als bedrijf kun je daar beter vroeg dan laat op inspelen. Voor ons komt dat trouwens goed uit: omdat plantaardige voeding gezond is voor mens en planeet, investeren we door nú te handelen in onze eigen toekomst als bedrijf.”

Ambitieuze doelstellingen 

Alpro

“Wij gaan voor een reductie van de CO2-uitstoot door energie van 26 procent per kilo product tegen 2020” Greet Vanderheyden (ALPRO)

Om de CO2-uitstoot te verminderen in de volledige keten – en dus niet alleen in de bedrijfsvoering op de eigen sites – benadert Alpro ook haar leveranciers en producenten. Ook de voedingsfederatie doet allerlei inspanningen. Zo beloofde Fevia, de federatie van de Belgische voedingsindustrie, haar CO2-uitstoot tegen 2030 met nog eens 15 procent te verlagen (ten opzichte van 2014). De sector slaagde er in 2015 al in om haar totale uitstoot 34 procent onder het niveau van 1990 te brengen. De aangesloten bedrijven – in België zijn er dat ruim zeshonderd – deden dat vooral door zuiniger om te springen met energie. “Wij gaan voor een reductie van de CO2-uitstoot door energie van 26 procent per kilo product tegen 2020”, zegt Vanderheyden. Hoe wil Alpro dat realiseren? “We hanteren bewust doelstellingen met een wetenschappelijke basis. We willen onszelf dus niet alleen een groen imago aanmeten, maar willen écht dat onze inspanningen effect hebben op het ruimere plaatje.”

“De wetenschappelijke doelstellingen voor ons energieverbruik zijn een eerste belangrijke stap. Daarmee doen we als een van de eerste bedrijven ter wereld wat nodig is om te vermijden dat we boven de 2°C klimaatopwarming gaan, de limiet die de wereldleiders hebben afgesproken op de klimaatconferentie in Parijs. Daarnaast werken we samen met onze grootste leveranciers van grondstoffen (verpakkingen en ingrediënten) om ook een reductiedoelstelling voor de hele keten te definiëren. Samenwerking met onze leveranciers is cruciaal.”

Extreme hitte 

Volgens Veerle Rijckaert van Flanders’ FOOD, het innovatieplatform voor de agrovoedingsindustrie dat ijvert voor een meer competitieve en duurzame industrie, beïnvloedt de klimaatopwarming nu al volop de import van primaire grondstoffen. “In 2016 hadden bepaalde belangrijke graanregio’s in Frankrijk bijvoorbeeld te lijden onder een extreem nat voorjaar. Ook tarwekorrels die onder invloed van bepaalde weersomstandigheden (een natte periode gevolgd door veel zon en warmte) al kiemen in de aar is een fenomeen dat meer lijkt voor te komen onder invloed van de klimaatverandering. Daardoor kunnen er grote verliezen ontstaan, bijvoorbeeld doordat die partijen tarwe niet geschikt meer zijn om er hoogkwalitatief bakmeel van te maken. Ook in ons land moeten voedingsbedrijven dan plots op zoek naar andere leveranciers, wat zich kan vertalen in een hogere inkoopprijs.” Als gevolg van het extreme weer leden verschillende Europese voedingsbedrijven grote verliezen. Rijckaert zou niet bij Flanders’ FOOD werken als ze de oplossing (of een deel ervan) niet zag in innovatie. “We kunnen gewassen klimaatbestendig maken, ook zonder genetische modificatie trouwens. Zo wordt er bijvoorbeeld onderzoek gedaan naar een nabehandeling van de tarwekorrels zodat men tarwe kan opwaarderen. Natuurlijk zal je agrobedrijven daar niet meteen mee horen uitpakken, want dit soort R&D behoort tot hun interne keuken.”

Nerveuze grondstoffenmarkten 

Veerle Rijckaert

“We merken nu al dat de internationale grondstoffenmarkten zich nerveuzer gedragen dan vroeger” VEERLE RIJCKAERT (FLANDERS’ FOOD)

Toch valt er op korte termijn niet te ontkomen aan een ‘klimaatschok’, denkt ook Rijckaert. “We merken nu al dat de internationale grondstoffenmarkten, en zeker die waar voedingsgewassen worden verhandeld, zich nerveuzer gedragen dan vroeger. Dat gedrag vertaalt zich in een grillig prijsverloop, ook al omdat de meeste markten door de globalisering zeer internationaal zijn geworden. Er hoeft ergens ter wereld maar iets te gebeuren of we zien een effect op de mondiale prijzen.”

Als antwoord op de mondialisering van de grondstoffenmarkt en op de steeds langer wordende logistieke ketens, die door de klimaatopwarming onder druk komen te staan, zoeken bedrijven weer hun toevlucht tot meer lokale import en productie. “Zo komt onze soja behalve uit Canada ook meer en meer uit Europa”, zegt Greet Vanderheyden. “Sinds kort importeren we naast Frankrijk ook soja uit Italië, Oostenrijk en zelfs een deel uit Nederland.” Ook ondersteunt Alpro onderzoek naar het kweken van sojabonen in België met de bedoeling om dat de komende jaren op te schalen. “Door lokaal aan te kopen en te telen verzekeren we ons niet alleen van de beschikbaarheid en de volledige traceerbaarheid waarop we zo hameren, maar verduurzamen we ook onze invoerketen”, legt Vanderheyden uit. “Soja is een sterk gewas dat kwaliteitsvolle proteïnen bevat en het heeft ook nog eens heel wat duurzaamheidsvoordelen. Het gewas bindt stikstof in de grond, waardoor veel minder bemesting nodig is, zowel voor de soja zelf als voor de gewassen die daarna volgen. Als je GMO-vrije soja (genetisch gemodificeerd organisme, red.) rechtstreeks gebruikt voor menselijke voeding, zoals Alpro doet, is het dus een heel klimaatvriendelijk gewas en past het perfect binnen de verduurzaming van de Europese landbouw.” 

 

Dit artikel verscheen in Mblad, mei 2017.