binnenvaart

Kanaal maakt comeback

Steeds meer bedrijven ontdekken de mogelijkheden van de fileloze waterwegen. Kanalen en rivieren vormen niet alleen een aantrekkelijk alternatief voor het dichtgeslibde wegverkeer, ze creëren ook ruimte voor groei. “Je zou als ondernemer wel gek zijn om je blind te staren op de file aan je voordeur, terwijl er aan je achterdeur een blauwe boulevard zomaar open ligt.”  

Het valt wellicht niet zo hard op, maar het is de laatste jaren opmerkelijk drukker geworden op de Vlaamse binnenwateren. Zozeer zelfs dat 2017 een absoluut recordjaar lijkt te worden voor de Vlaamse binnenvaart. Tijdens de eerste maanden van dit jaar lag het goederentransport met 24 miljoen ton ruim 7 procent hoger dan in dezelfde periode vorig jaar. Omdat tonnagecijfers alleen niet zoveel zeggen, houdt De Vlaamse Waterweg – het Vlaams agentschap dat instaat voor het beheer en de exploitatie van de belangrijkste waterwegen in Vlaanderen – ook het aantal verscheepte containers bij. Dat waren er het eerste kwartaal van dit jaar 265.000, wat overeenkomt met een stijging van bijna 8 procent ten opzichte van dezelfde periode in 2016.

Logistieke planning in de war 

“Elke container die over het water gaat, is een vrachtwagen minder in de file”, liet Vlaams minister van Mobiliteit Ben Weyts optekenen bij de bekendmaking van die cijfers. Daarmee onderstreepte de minister het potentieel van de binnenvaart voor het goederentransport in Vlaanderen. Terwijl de lasten van het vrachtvervoer op de weg tot voor kort vooral bij de samenleving lagen – dagelijks fileleed, luchtverontreiniging en geluidsoverlast – zien vandaag ook steeds meer bedrijven en organisaties hun logistieke planning in de war gestuurd door laattijdige leveringen en verzendingen. Bovendien noopt het aanmeten van een groener imago veel bedrijven tot adequate acties om hun broeikas- en andere emissies te reduceren. Wegtransporten vervangen door vervoer via het spoor of de waterweg is een van die maatregelen. Nog niet zo lang geleden dachten de meeste bedrijven er niet eens aan om de alternatieve transportroute via het water te gebruiken. Maar sedert een klein decennium, onder andere door de verbeterde infrastructuur, is dat danig aan het veranderen. Ter illustratie: 2017 zal het achtste jaar op rij worden waarin het containervervoer op de Vlaamse waterwegen toeneemt.

Multimodaal

Dat het inperken van het aantal vrachtwagenkilometers niet nadelig hoeft te zijn voor de bedrijfsopbrengsten, bewijst supermarktketen Colruyt al jaren. “Onze cel Import is continu bezig het transport van geïmporteerde goederen te verminderen (door kilometers te vermijden), te verschuiven (bijvoorbeeld door te leveren buiten de spitsuren) of te verschonen”, zegt Wim Verghote, projectleider import bij Colruyt Group. “Voor elke afhaalregio bekijken we de mogelijkheden van multimodaal transport.” ‘Multimodaal’ is intussen het toverwoord voor een moderne, efficiënte logistiek die de omgeving, het klimaat en de personenmobiliteit zoveel mogelijk buiten schot laat. Bij Colruyt bestaat multimodaal uit twee vervoerswijzen: per trein en per schip. Illustratief is de treinverbinding Cool Rail die Colruyt sinds eind vorig jaar gebruikt om wekelijks containers boordevol citrusvruchten uit het Spaanse Valencia naar de haven van Keulen te transporteren. De CO2-reductie per container ligt liefst 70 procent lager dan bij vrachtwagenvervoer, terwijl het spoortraject slechts één dag langer duurt.

Short sea shipping voordelig

binnenvaart

Meer dan de helft van het transport dat Colruyt zelf organiseert, verloopt via trein of schip.

Ook toeleveranciers in Griekenland en Italië zijn via het spoor verbonden met België, terwijl andere producenten in die landen en ook in Portugal, Turkije en Groot-Brittannië gelieerd zijn via de zee, rivieren en kanalen. “De optie short sea shipping (transport over een traject dat ten minste voor een deel uit zee of kust bestaat, zonder dat de oceaan wordt gekruist, red.) is vooral interessant voor goederen die iets langer onderweg mogen zijn”, zegt Verghote. Van die short sea profiteert de binnenvaart in Vlaanderen. “In 2015 gingen er 1500 containers van de haven van Antwerpen naar die van Brussel. Dat zijn evenveel vrachtwagens minder op de weg. In een land dat kreunt onder filedruk kan dat cijfer tellen.” Colruyt is erin geslaagd om sinds 2015 meer dan de helft van het transport dat het zelf organiseert via trein of schip te laten verlopen. Dat is goed voor een vermindering van meer dan 3 miljoen vrachtwagenkilometers. “De meerderheid van onze buitenlandse leveranciers organiseert nog altijd zelf het transport”, vervolgt Verghote. “Maar bij een groeiend aantal gaan we de goederen zélf halen.” Colruyt wil nog vooruitgang boeken op de ingeslagen weg. “We willen maximaal de binnenvaart gebruiken voor ons containertransport van de haven van Antwerpen naar onze distributiecentra in Halle, via de haven van Brussel. We zijn ook van plan om de volumes via binnenvaart verder uit te bouwen.”

Modernisering van de waterweg

Een bedrijf als Colruyt, dat een groot deel van haar transporten zelf organiseert, kan eigenhandig beslissingen over alternatieve transportmodi doorvoeren. Maar veel bedrijven in Vlaanderen zijn afhankelijk van een logistieke dienstverlener, en dan liggen de kaarten anders. Voor die bedrijven komt het er vooral op aan dat de overheid de ideale setting creëert waarin transport via het water en het spoor kan gedijen. “De komende jaren blijven we investeren in de uitbouw van ons waterwegennet”, zegt ingenieur Chris Danckaerts, gedelegeerd bestuurder van De Vlaamse Waterweg. “Zo willen we aan ondernemers een nog sterker alternatief bieden.” Danckaerts wijst onder andere op de recente verhoging van de bruggen over het Albertkanaal, de uitbouw van de Seine-Scheldeverbinding en de modernisering van het kanaal naar Charleroi. Eigenlijk is het frappant: Vlaanderen telt meer dan 1000 kilometer bevaarbare waterweg en liefst 80 procent van de bedrijven ligt op minder dan 10 kilometer van zo’n waterweg. Of om het met de woorden van minister Weyts te zeggen: “Je zou als ondernemer wel gek zijn om je blind te staren op de file aan je voordeur, terwijl er aan je achterdeur een blauwe boulevard zomaar open ligt.”

Metaalafval uit Antwerpse haven

Op de site van Umicore in Hoboken – waar zich de Precious Metals Refining- fabriek bevindt waar zeldzame aardmetalen worden gerecycleerd – maken ze al ruim drie jaar dankbaar gebruik van die blauwe boulevard. Dat doet Umicore niet zelf. Het heeft daarvoor de diensten ingeschakeld van Van Moer Stevedoring, dat actief is in transport op de weg, op het (binnen)water en via het spoor. De binnenschepen van Van Moer – het bedrijf heeft er drie – brengen de containers gevuld met metaalafval vanuit de Antwerpse haven naar de nieuwe aanlegkade aan de Schelde in Hoboken. Die 100 procent modale shift van de weg naar het water doet jaarlijks 12.000 vrachtwagens van de weg verdwijnen. In de Antwerpse verkeersknoop wil dat wat zeggen. Zeg niet ‘aanlegkade’, maar inland terminal: de schippers van Van Moer doen immers veel meer dan de containers in Hoboken aan land zetten. “We verzorgen de volledige afwikkeling van het laden en lossen van de containers en van alles wat daarbij komt kijken”, zegt Dennie Lockefeer, CCO van Van Moer Group. “Het is een geïntegreerd concept waarbij we bijvoorbeeld ook de planning en de afstemming met de productie van Umicore opvolgen. Het voordeel van dit concept is dat de kade bijvoorbeeld ook dienst kan doen als stockageplaats voor containers die niet meteen nodig zijn.”

Niet alleen duurzaam

Het succes van de nieuwe inland terminal verdoezelt enigszins dat het aanvankelijk geen eenvoudige opgave was om de ambitie van Umicore in de praktijk om te zetten. Lockefeer: “We hebben verschillende concepten tegen het licht gehouden, want de oplossing moest niet alleen duurzaam zijn op het vlak van milieu, maar ook groei verzekeren. De terminal moest ook volledig ingericht worden in functie van de specificaties van Umicore, met onder andere een speciale kraan. Daarvoor moeten wij als logistieke dienstverlener kunnen rekenen op een gegarandeerde minimumcapaciteit. Voor een kleiner bedrijf zou het aanleggen van zo’n speciale terminal verlieslatend zijn.” “De modale shift van Umicore bewijst dat een dedicated operatie op de site van een verlader succesvol kan zijn. Van Moer creëert als het ware een busstopplaats, waardoor de schepen toch efficiënt vol zitten en de kost voor de binnenvaart laag en aantrekkelijk blijft. In Vlaanderen liggen er nog veel bedrijven langs het water die zelfs met kleine volumes al een 100 procent modale shift naar de binnenvaart kunnen maken. We willen dit concept graag als case kopiëren naar andere verladers. Dat binnenvaart iets trager is, is voor de meeste bedrijven geen probleem. Vandaag kiezen bedrijven liever voor binnenvaart dan dat ze de dagelijkse files in en rond onze steden moeten trotseren.

 

Dit artikel verscheen in Mblad, juli 2017.