P&G Virginie Helias

VIRGINIE HELIAS, VICEPRESIDENT GLOBAL SUSTAINABILITY BIJ PROCTER & GAMBLE

“Mijn doel is om mijn job overbodig te maken” 

Virginie Helias, vicepresident Global Sustainability bij Procter & Gamble, heeft een geheel eigen visie op het duurzaamheidsbeleid van ondernemingen. Ze gelooft niet in een aparte afdeling die zich bezighoudt met sustainability en zegt dat CSR-verantwoordelijken op termijn moeten verdwijnen. Mblad sprak met de Zwitserse leading lady van P&G over haar carrière, haar visie en het duurzaamheidsbeleid van de multinational.  

Ieder van ons heeft ooit een product van P&G gekocht. De Amerikaanse multinational heeft 21 merken in haar portefeuille, waaronder Ariel, Head & Shoulders, Pampers, Always, Gillette en Braun. Maar twijfelt u eraan of de onderneming, die consumptieproducten aan de man probeert te brengen, ook degelijke duurzaamheidsdoelstellingen vooropstelt? Volgens Virginie Helias is P&G sinds haar oprichting in 1837 al bezig met respect voor het milieu, alleen werd daar nooit over gecommuniceerd. Tot vandaag.

U werkte 23 jaar als marketingverantwoordelijke bij P&G toen u de weg van duurzaam ondernemen insloeg. Wat was de aanleiding voor die carrièrewending? 

Ik ben er heel toevallig ingerold. Vroeger had ik helemaal geen connectie met de natuur en het milieu. Ik ben een stadsmeisje in hart en nieren. Maar een marketingcampagne voor Ariel zette me aan het denken. Ik was op dat moment verantwoordelijk voor de afdeling wasproducten voor de Belgische, Franse en Nederlandse markt en zocht naar een goedkope en eenvoudige manier om ons merk een boost te geven, zonder iets te veranderen aan de formule. Daarom speelden we in op een issue die alle Europese consumenten op dat moment beroerde: de torenhoge elektriciteitsfactuur. In onze reclamespotjes legden we uit dat je kon besparen op je energiefactuur door op 30°C te wassen met Ariel. We berekenden dat als alle Belgen zouden wassen met koud water, er genoeg elektriciteit uitgespaard zou worden om een half miljoen huizen te verlichten. De campagne was een schot in de roos. Ik wind er dus geen doekjes om: ik was toen alleen geïnteresseerd in besparen op energie omdat het goed was voor onze verkoopcijfers.

Ambipur-verpakkingen in Mexico

Wanneer werd u dan een echte bekeerlinge en wilde u uw carrière wijden aan duurzaamheid?

Een jaar na die bewuste campagne zag ik de documentaire ‘An Inconvenient Truth’ van Al Gore en leerde ik uit P&G’s levenscyclusanalyse dat 80 procent van de CO2-voetafdruk van wasproducten te wijten is aan de hoge temperaturen waarop consumenten hun kleding wassen. Dat opende mijn ogen. Nadien besteedde ik een groot deel van mijn vrije tijd aan duurzaamheid. Ik verslond boeken over het onderwerp en schreef me in voor verschillende workshops. Die kennis zette ik om in de praktijk. We lanceerden wasgels waarmee je je kleding op 15°C kan wassen en ontwikkelden marketingevents rond duurzaamheid. Maar ik bleef op mijn honger zitten. Het frustreerde me dat er te weinig wisselwerking was tussen de knappe wetenschappers die zich bezighielden met duurzaamheid en de collega’s uit andere afdelingen. Terwijl je net de meeste impact genereert wanneer duurzaamheid geïntegreerd is in de bedrijfscultuur. Pas dan kan je grote veranderingen teweegbrengen die je op de kaart zetten als een pionier in sustainability. Daarom trok ik mijn stoute schoenen aan en stapte ik op het vliegtuig naar ons hoofdkantoor in Cincinnati, Ohio. Ik vertelde de CEO dat P&G  nood had aan een persoon die een brug sloeg tussen de afdeling Duurzaamheid en de andere businessunits. En ik voegde eraan toe dat ik die job wilde. Mijn CEO ging meteen akkoord.

U werd Global Sustainability Brand Director in 2011 en vicepresident Global Sustainability in 2016. Wat houdt uw job precies in en wat hoopt u te bereiken? 

Ik ga met alle P&G-leidinggevenden praten en motiveer hen om onze duurzaamheidsdoelstellingen in het achterhoofd te houden bij elke strategie die ze ontwikkelen, elk onderzoek dat ze voeren, elke reclamespot die ze creëren … Het moet een automatisme worden. Mijn bedoeling is om onze afdeling die zich bezighoudt met duurzaamheid op termijn te integreren in de andere departementen. Ik geloof niet in een aparte unit voor duurzaamheid: onze hele bedrijfscultuur moet ervan doordrongen zijn.

Dat klinkt mooi in theorie, maar hoe eenvoudig is het om duurzaamheidsdoelstellingen te rijmen met de vooropgestelde business- en marketingstrategie? 

Ik geef toe dat het niet altijd een eenvoudige opdracht is. Het is moeilijk om voor elk product een raakvlak met duurzaamheid te vinden. Dat was bijvoorbeeld het geval voor Ambipur. Uit onze levenscyclusanalyse bleek de verpakking de grootste impact te hebben, maar sommige Ambipur-verpakkingen zijn niet recycleerbaar, terwijl onze slogan ironisch genoeg ‘Giving everyone a breath of fresh air’ was. Om de kloof tussen marketing en duurzaamheid te dichten, riepen we de verantwoordelijken van het merk samen. We werken nu samen met TerraCycle, een bedrijf dat wereldleider is in de recyclage van moeilijk recycleerbare producten. Via een campagne moedigen we consumenten aan om hun Ambipur-verpakkingen gratis op te sturen naar TerraCycle. Dat project loopt onder andere in Canada, de VS, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Nederland. Tijdens een creatieve brainstorm bedachten we een nieuwe slogan: ‘Leaving nothing behind but fresh air’. Die claim kunnen we nu ook echt waarmaken.

U bent 100 procent gemotiveerd. Is het moeilijk om uw collega’s te overtuigen om in te zetten op duurzaamheid? 

Ik spreek liever niet van ‘overtuigen’, maar van engageren. Voor de jongere generatie hoef ik geen moeite te doen, zij dragen duurzaamheid hoog in het vaandel. Ik heb gelezen dat 84 procent van de jonge werknemers hun keuze voor een toekomstige werkgever baseert op hoe duurzaam die is. De oudere werknemers engageren zich vaker wanneer ze zien dat de aanpak zich vertaalt in een stijgende verkoop. Maar ook zij zetten steeds vaker de stap. Soms worden ze daartoe aangezet door hun kinderen of kleinkinderen, maar soms worden ze ook koudweg met hun neus op de feiten gedrukt. Zo herinner ik mij dat een collega alles op alles zette om de verpakking van Ambipur te verbeteren na een trip naar Mexico. Toen hij in de taxi van de luchthaven naar het kantoor in Mexico-Stad reed, zag hij langs beide kanten van de weg afvalbergen. Tot zijn grote verbazing herkende hij zijn eigen niet-recycleerbare Ambipur-verpakkingen. Dat was voor hem hét signaal dat er iets moest veranderen.

Virginie Helias

In 2016 bracht P&G zijn eerste ‘Citizenship Report’ uit. Wat is het verschil met de duurzaamheidsrapporten die jullie in het verleden publiceerden? 

Naast duurzaamheid en impact op de gemeenschap hebben we een derde dimensie toegevoegd aan onze rapportering, waarbij we focussen op ethiek en sociale verantwoordelijkheid, diversiteit en inclusie en gendergelijkheid. Zo hebben we het Children’s Safe Drinking Water Program opgestart: via onze partners delen we waterzuiveringszakjes uit aan families in 85 ontwikkelingslanden. Eén zakje kan 10 liter in 30 minuten zuiveren. Ons doel is om tegen 2020 15 miljard liter proper water ter beschikking te kunnen stellen van de bevolking in derdewereldlanden.

Wat zijn jullie duurzaamheidsdoelstellingen en tegen wanneer wilt u die halen? 

Onze langetermijnvisie is vrij ambitieus. We willen volledig circulair worden. Ons afval en dat van onze consumenten mag niet meer naar stortplaatsen gaan. Onze producten en verpakkingen moeten bestaan uit 100 procent hernieuwbare of gerecycleerde materialen. En we willen onze CO2-voetafdruk drastisch doen dalen. We willen onze fabrieken voor 100 procent op hernieuwbare energie laten draaien. Liefst 70 procent van onze voetafdruk komt voort uit de consumptie van onze producten. Daarom zetten we ook in op educatie én innovatie. Die doelstellingen kunnen we niet van de ene dag op de andere realiseren. Daarom hebben we enkele prioriteiten gesteld voor 2020. We focussen op drie dimensies: klimaat, water en afval. We trachten onze impact op het klimaat te verminderen door onze productieprocessen aan te passen, onze transporten te groeperen, onze bestanddelen aan te passen … Daarnaast hebben we oog voor ons waterverbruik en zoeken we naar manieren om onze verpakkingen te recycleren.

Kijkt u ook verder dan 2020? 

Jazeker, daarom ben ik in België vandaag. We stellen momenteel onze doelstellingen voor 2030 op in cocreatie met onze werknemers. Ik reis de hele wereld af om met onze medewerkers te praten over hun verwachtingen.

Van strandafval tot shampoofles 

Zijn de vestigingen in de VS duurzamer dan die in Europa of Azië? 

Al onze fabrieken delen hun goede praktijken met elkaar. Maar sommige sites zijn verder vooruit dan andere, en dat op plaatsen waar je het het minst zou verwachten, zoals China. Daar hebben we een fabriek gebouwd die draait op 100 procent hernieuwbare energie. Er komt geen productieafval terecht op stortplaatsen (dat geldt zelfs voor al onze fabrieken in China) en het water dat we lozen is zuiverder dan de meeste rivieren in de buurt. De site doet in het weekend ook dienst als publieke tuin. In de VS produceren we onze schoonmaakproducten met windenergie. Ook op onze site in Mechelen, waar vaatwastabletten geproduceerd worden, werken we met 100 procent groene windenergie en zero waste to landfi ll. Onze Belgische collega’s van het Brussels Innovation Center (B.I.C.) leveren ook belangrijk werk op het vlak van duurzaamheid. Een groot deel van de levenscyclusanalyses voor producten wordt er uitgevoerd. Op dit moment werkt het centrum samen met de Ellen McArthur Foundation aan het ‘New Plastics Economy’-actieplan (een initiatief dat met een systemische aanpak de toekomst van kunststoffen wil herdenken en herontwerpen, red.). Het B.I.C. leidt een pilootproject waarin onderzoek gedaan wordt naar een soort ‘barcode voor recyclage’ die automatische sortering moet verbeteren. Ze werken daarvoor samen met verschillende partners uit de hele keten.

Wat doen jullie concreet om de kringloop te sluiten? 

We proberen om ons productieafval zoveel mogelijk te reduceren. Het afval dat we toch nog produceren, hergebruiken we op onze eigen site. Als dat niet kan, zoeken we naar externe partners die de producten kunnen recycleren of upcyclen. Producten die we gebruiken om onze detergenten te produceren, kunnen nog gebruikt worden in carwashbedrijven. Het afval van Always-producten wordt in India gebruikt als goedkope schoenzolen. We hebben natuurlijk ook oog voor onze verpakkingen. Ik verwees al naar het TerraCycle-project voor Ambipur. Maar onlangs hebben we in samenwerking met hen ook de verpakking van onze Head & Shoulders-shampoos aangepakt. Deze zomer lanceerden we in Frankrijk een beperkte reeks shampooflessen die voor 25 procent gemaakt zijn van plastiekafval dat gevonden wordt op het strand. In 2018 willen we dat de verpakkingen van de shampoos bestemd voor de Europese markt tot 25 procent bestaan uit post-consumer plastic, plastiek dat de consument na gebruik in de vuilnisbak heeft gedeponeerd.

Tweede leven voor pampers 

Probeert P&G ook in te zetten op grondstoffen? 

Ons doel is steeds om zo weinig mogelijk grondstoffen te gebruiken. Dat doen we bijvoorbeeld met Pampers. We proberen al tientallen jaren om onze pampers zo dun mogelijk te maken. De afgelopen twintig jaar hebben we het gewicht van de pampers met de helft kunnen verminderen. Mensen denken immers vaak dat het grootste deel van de CO2- voetafdruk voor pampers van het afval komt, maar eigenlijk kunnen we die voetafdruk voornamelijk reduceren door ons gebruik van grondstoffen te verminderen. Soms is dat een moeilijke afweging: als het product lichter is, is het soms niet recycleerbaar. Dan kiezen we ervoor om de grondstoffen en het materiaal te reduceren, daarna pas bekijken we hoe we de kringloop kunnen sluiten.

Maar dagelijks gooien Vlamingen massa’s pampers in de zak met restafval. De Openbare Vlaamse Afvallenstoffenmaatschappij (OVAM) berekende dat het gaat om meer dan 70.000 ton per jaar. Valt daar ook iets aan te doen? 

Ook daar zijn we mee bezig. We hebben een pilootproject lopen in Italië waar gebruikte pampers worden geüpcycled. Uit 1 ton pampers kunnen we 75 kilogram aan plastiek en 225 kilogram aan hoogwaardige cellulose halen. Het project zal worden uitgebreid naar Nederland.

Wat met leveranciers van grondstoffen? Worden zij ook gecontroleerd? 

We zijn streng voor onze leveranciers. In 2009 hebben we een scorekaart met duidelijke criteria opgesteld. We kijken trouwens niet alleen naar onze directe contacten, maar controleren ook de leveranciers van onze leveranciers. Dat gaat soms heel ver. In het geval van palmolie bijvoorbeeld (in het verleden beschuldigde Greenpeace P&G van grootschalige ontbossing van regenwouden voor de productie van palmolie, red.) hebben we in Maleisië een programma uitgerold dat kleine boeren ondersteunt met duurzame landbouwpraktijken. Daarnaast werken we met onze sectorgenoten samen om de normen te verbeteren.

Tot slot: welk advies heeft u voor CSR-collega’s die aan het begin van hun carrière staan? 

Blijf niet op je eigen eiland zitten en praat met collega’s van andere afdelingen. Help hen om de duurzaamheidsfilosofie te integreren in hun job. Dat betekent wel dat je job in de toekomst overbodig zal worden. Dat is eigenlijk ook mijn bedoeling: als iedereen in het bedrijf bezig is met duurzaamheid, zit mijn taak erop.

 

Dit artikel verscheen in Mblad, in september 2017.