Thomas Decamps van Eoly merkt hogere vraag naar energie uit hernieuwbare bronnen

“Betrokkenheid tempert NIMBY-effect”

Zelf energie produceren én leveren aan derden: het is een activiteit die je niet meteen zou linken aan een supermarktketen. Toch is het dagelijkse realiteit bij Colruyt Group, dat daarvoor in 2012 zelfs een aparte divisie oprichtte. Eoly levert sinds begin dit jaar 100 procent duurzame energie aan ondernemingen en geeft iedereen die dat wil de kans om via een coöperatie in energieprojecten te investeren. “Bedrijven, maar ook particulieren zijn steeds meer een driver achter de energietransitie”, aldus Thomas Decamps, verantwoordelijke voor de energielevering bij Eoly.

Rationeel omgaan met energie is niet nieuw voor Colruyt Group. De supermarktketen is bij het grote publiek bekend vanwege haar laagsteprijsgarantie en vertaalde dat naar een zo kostenefficiënt mogelijke aanpak. “Denk maar aan de sobere inrichting van de winkels, de keuze om met energiezuinige gesloten diepvrieskoffers te werken, enzovoort. Doorheen de jaren groeide de ambitie om de energie die we toch verbruiken, in te vullen vanuit duurzame bronnen en, bij voorkeur, eigen productie. Om dat allemaal beter en efficiënt te kunnen organiseren, hebben we Eoly opgericht”, legt Thomas Decamps uit.

Waarvoor staat Eoly vandaag?
We zijn het merk geworden dat extern over de duurzaamheidsinspanningen van Colruyt Group communiceert en ook andere bedrijven de kans geeft om in dat verhaal mee te stappen. Dat lukt aardig. Sinds 2013 zijn we erkend als energieleverancier voor de drie Belgische gewesten. Om de ‘stiel’ goed te leren kennen, hebben we ons de eerste jaren louter gefocust op dienstverlening aan ons moederbedrijf. Maar sinds begin dit jaar kunnen ook andere ondernemingen rechtstreeks bij ons 100 procent duurzame energie aankopen. Het gaat vooral om kmo’s en productiebedrijven, van zelfstandige winkeluitbaters tot bedrijven als Procter & Gamble. Het is een bewuste keuze om ons momenteel niet tot de grote industrie te richten, onder meer omdat die bedrijven vaak zelfstandig instaan voor hun energievoorziening.

Offshore windparken

Het is jullie ambitie om alle Colruyt-divisies op termijn op volledig duurzame elektriciteit te laten draaien. In hoeverre slagen jullie daar nu al in?
Eoly LinkebeekDertig procent van de energie die we zelf verbruiken, vullen we met onze eigen productie in, met name door zonne-energie en windenergie op land. Onze investeringen in windparken in de Noordzee rekenen we daar niet bij, want anders zaten we nu al ruim boven de 100 procent. Via allerlei nieuwe projecten die nog in de pijplijn zitten, willen we het percentage hernieuwbare energie verder verhogen. Het gaat onder meer om nieuwe investeringen in zonne-energie op de daken van onze supermarkten en kantoorgebouwen, en om de bouw van nieuwe windparken op land. Die planten we bij voorkeur in op locaties waar er rechtstreeks verbruik is, al is het niet mogelijk om op elk van onze sites windenergie te voorzien.

Hoe belangrijk is moederbedrijf Colruyt in de omzet van Eoly?
Vanaf volgend jaar is dat aandeel minder dan 50 procent en halen we dus meer uit leveringen aan andere bedrijven. Toch is het niet de bedoeling om ons van het moederbedrijf los te koppelen, integendeel. Het is mooi om diensten aan Colruyt te kunnen leveren, al bieden we ook heel wat toegevoegde waarde aan andere ondernemingen die met ons in zee gaan. Onze grootste troef is dat we als energiebedrijf ontstaan zijn uit een energieverbruiker: we kennen de noden van onze partners maar al te goed. Dat leidt tot veel kennisuitwisseling over zowel energie als andere duurzaamheidsthema’s: verpakkingen, afval … We merken dat steeds meer ondernemingen op zoek gaan naar partners die duurzame energie aanbieden, zodat ze voor zichzelf de transitie naar duurzame bronnen kunnen waarmaken.

NIMBY-effect

Die transitie gaat niet altijd over rozen. Soms worden vergunningen geweigerd of strooien actiecomités roet in het eten.
We hebben in België inderdaad te maken met een moeilijke context, die het niet altijd evident maakt om in hernieuwbare energie te investeren. Vooral de ruimtelijke ordening en het feit dat we een dichtbevolkt land zijn, spelen ons parten. Positief is dat het NIMBY-effect (not in my backyard) steeds minder speelt.

Hoe werkt jullie participatiemodel waaraan buurtbewoners en andere burgers kunnen deelnemen?
Daarvoor werken we met onze eigen coöperatie. Wie in de buurt van een windproject woont, krijgt als eerste de kans om in een windturbine(park) te investeren. Vervolgens bieden we die mogelijkheid ook aan andere burgers aan. We doen dat in eerste instantie om een breder draagvlak voor hernieuwbare energie te creëren.

Welke ervaringen hebben jullie daarmee?
Die aanpak werkt uitstekend. Het windpark Dassenveld in Halle is een eerste project waarbij we de coöperatieve aanpak lanceerden. Van de drie nieuwe windturbines die we dit jaar optrokken is er eentje volledig in handen van de coöperatie (zie kader). Dankzij 1200 coöperanten hebben we daarvoor in een tijdspanne van amper zes weken 4 miljoen euro opgehaald. Het mooie van dit model is dat coöperanten rechtstreeks aandeelhouder zijn, een stem hebben op de algemene vergadering en ook een dividend uitgekeerd krijgen. Het is de bedoeling om dit initiatief op relatief korte termijn te herhalen voor een windproject in Wallonië. We starten pas met een coöperatie op het moment dat het project effectief kan worden gerealiseerd en dus zichtbaar is voor de buurtbewoners. Zo zien zij concreet waarin ze zullen investeren en halen we niet nodeloos geld op.

Laadpalennetwerk

Welke diensten wil Eoly in de toekomst nog ontwikkelen?
Vandaag kunnen professionele klanten bij ons terecht voor de levering van groene stroom. Via onze online dienstverlening kunnen zij op een eigen dashboard op elk moment het overzicht van hun gebruik consulteren en de verbruiksdata downloaden. Vanuit ons streven naar transparantie geven we steevast mee van welke energiebron hun energie afkomstig is. Daarnaast helpen we ondernemingen die op hun eigen site willen investeren in wind- of zonne-energie.
In de toekomst willen we ons aanbod aan additionele diensten en producten verder uitbreiden. Dat telkens op basis van de ervaring die we opdoen binnen Colruyt Group. Denk bijvoorbeeld aan elektrische mobiliteit. We rolden dit jaar een eigen laadpaalnetwerk uit, verspreid over meer dan zestig locaties. Bovendien zijn we geselecteerd om groene stroom te leveren aan het eerste netwerk van publieke laadpalen in Vlaanderen. Die ervaring kunnen we benutten om andere bedrijven die hun mobiliteit willen verduurzamen te begeleiden.

www.eoly.be

 

Eerste ‘burgerwindturbine’ ingehuldigd

 

In Windpark Dassenveld in Halle staat sinds september de eerste windturbine die volledig in handen is van coöperanten. De officiële inhuldiging van die ‘burgerwindturbine’ vond plaats op 12 november.

De turbine van Eoly Coöperatie is 150 meter hoog en produceert jaarlijks ongeveer evenveel energie als 1900 gezinnen op jaarbasis verbruiken. Het kapitaal voor de windmolen, 4 miljoen euro, werd in het voorjaar op amper zes weken tijd bijeengebracht door 1200 coöperanten. Zij zijn mede-eigenaar, hebben recht op een dividend en dragen zo bij aan een duurzamere energievoorziening.

Eerste opbrengsten

Op en rond de site Dassenveld staan nu vijf nieuwe windturbines. Twee ervan werden opgetrokken in 2015 en in 2017 volgden er nog drie, waaronder de turbine van Eoly Coöperatie. Piet Colruyt: “Nu deze eerste windturbine draait, beginnen ook de eerste opbrengsten binnen te komen. We verwachten dat we het jaar 2018 zullen kunnen afsluiten met voldoende winst om een eerste dividend uit te keren. Dat zal voorgesteld worden op de algemene vergadering van juni 2019.”

Zelfpluktuin

Energie en biodiversiteit gaan voor Eoly hand in hand. Op de site opende het bedrijf een zelfpluktuin, waar de coöperanten, maar ook andere bezoekers, kunnen genieten van het uitzicht op hun windturbine en op het landschap. Er wordt een grote bloemenweide ingezaaid en er komen verschillende fruitsoorten. Appel- en perenbomen werden al geplant; klein fruit, zoals frambozen, volgt nog.

 

Dit artikel verscheen in Mblad, november 2017.