SeaConomy
Demonstratieproject ‘SeaConomy’ halverwege

Op zoek naar de Vlaamse waardeketen voor zeewier

Dat zeewier – of macroalgen – een fraai potentieel bezit op het vlak van voedingswaarde, duurzaamheid, energetische inhoud, bioactieve en zelfs medische werking, is al geruime tijd bekend. Maar de ontginning van het ‘groene goud’, en de positionering binnen geheel nieuwe waardeketens, dat is een ander paar mouwen. In Vlaanderen bundelen private en publieke spelers de krachten om de zeewiereconomie van de grond te krijgen.

In tal van Europese landen wordt al zeewier gekweekt én verwerkt tot toepassingen gaande van veevoeder over voedingssupplementen tot hippe groentegarnituren. In Vlaanderen, dat toch ook over een kuststrook beschikt, blijft het echter stil rond zeewier. Dat moet veranderen, vinden een aantal bedrijven en organisaties uit verschillende sectoren. Ook enkele sectororganisaties en overheidsinstellingen sprongen mee op de kar van het SeaConomy-project. Dat twee jaar durende MIP-valorisatieproject, dat momenteel halfweg is, is het meest ambitieuze en vooral ‘breedste’  onderzoeksproject bij ons rond de introductie van zeewier in de bestaande economie.

Vlaamse inhaalbeweging 

Centraal in het SeaConomy-project staat de aandacht voor de volledige waardeketen van zeewier: van (lokale) kweek over verwerking en distributie tot productie en verkoop. Het project wil het potentieel van een heuse Vlaamse ‘zeewiereconomie’ doen ontluiken door de barrières en obstakels weg te werken. “Dat er een groot marktpotentieel is voor zeewier, weten we al lang”, zegt Benny Pycke, coördinator van SeaConomy en projectmanager op de R&D-afdeling van Sioen Industries, de Belgische groep die vooral bekend is om zijn industrieel textiel. “Het is hoog tijd dat we in Vlaanderen een  inhaalbeweging maken, en dat liefst langs de volledige waardeketen.”

Volgens Pycke worstelt niet alleen Vlaanderen met de creatie van volwaardige waardeketens van zeewier, inclusief winstgevende businessmodellen. “In heel Europa ontbreekt momenteel de schaalgrootte om de zeewierteelt naar industrieel niveau te tillen. Nochtans is dat noodzakelijk om qua  productiekosten te kunnen concurreren met alternatieven die op het land worden geteeld. Daar ligt de sleutel om zeewier een verdedigbare plaats te geven in het economische landschap.”

Concreet worden binnen Sea-Conomy drie facetten onderzocht: de economische haalbaarheid van lokale kweek voor een nichemarkt, de  duurzaamheid van de volledige waardeketen en – niet onbelangrijk in een businesscontext – de belangrijkste externe barrières en hoe die kunnen worden weggewerkt. Het project loopt nog tot in de lente van volgend jaar. Als alles volgens plan gaat, wordt dan ook het eerste zeewier geoogst. Die oogst is volledig bestemd voor verder onderzoek.

Noordzee als duurzame kweekvijver 

Dat de zeewierteelt in Vlaanderen überhaupt wordt onderzocht, is in de eerste plaats natuurlijk een gevolg van het stukje Noordzee dat tot de Belgische territoriale wateren behoort. “De Noordzee, rijk aan stikstof en fosfor, is bijzonder goed geschikt voor de teelt van zeewier”, weet Greet Riebbels van het Vlaamse Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO). “Niet alleen voor zeewier – of macroalgen, zoals we eigenlijk moeten zeggen – maar ook voor schelpdieren en zelfs kokerwormen.” Het ILVO onderzoekt momenteel samen met industriële partners hoe kunstmatige riffen gevormd door zeeorganismen zoals algen, de kust mee kunnen helpen beschermen tegen de stijgende zeespiegel.

Hoewel Sioen op het eerste gezicht weinig te maken heeft met mariene activiteiten, heeft het bedrijf er al een eerder project rond zeewier opzitten. Daarin onderzocht het de onderwaterkweek van macroalgen op een substraat van kunststof, zeg maar ‘kweekmatten’. “Het zeewier dat nu zo hier en daar wordt geoogst is afkomstig van wilde algen”, zegt Pycke. “Maar het is veel beter – efficiënter – om de door ons ontwikkelde groeisubstraten te gebruiken. Bovendien kunnen we zo de kwaliteit van het zeewier beter bewaken.” Binnen het project Value@Sea, dat de haalbaarheid van geïntegreerde aquacultuur in het Belgische deel van de Noordzee onderzoekt, werden in september de eerste ‘Vlaamse’ textiele kweeksubstraten te water gelaten. Dat gebeurde in een afgebakend gebied voor de kust bij Nieuwpoort, waar in mei volgend jaar zal worden geoogst. Pycke benadrukt nog eens hoe belangrijk de rol van de overheid is in het zeewierverhaal. “Die moet immers concessies in de Noordzee verlenen waar zeewier mag worden geteeld. Het is belangrijk dat dat op termijn geen bureaucratische rompslomp wordt.”

Bioactieve componenten

Waarom is een bedrijf als Sioen geïnteresseerd in de teelt van zeewier? Benny Pycke: “We hebben drie grote afdelingen: gecoat textiel (ook wel functioneel textiel genoemd), professionele beschermkleding en pigmenten (om textiel te kleuren). Zeewier heeft veel in zich om de grondstof van de toekomst te worden, want het zit boordevol bioactieve componenten. Bovendien sluit de zeewiereconomie mooi aan bij het idee van de circulaire economie, waarbij zoveel mogelijk waarde uit een grondstof wordt gehaald. We zien het als een opportuniteit om nieuwe activiteiten te ontplooien.” Om zich zo goed mogelijk op de toekomstige ‘zeewierboerderijen’ te kunnen richten, hield Sioen een paar jaar geleden samen met een aantal internationale partners de spin-off At Sea Technologies boven de doopvont. Daarin staat de technologie van de kweekmatten centraal.

Een ander bedrijf dat betrokken is bij SeaConomy en Value@Sea is Colruyt Group. Terwijl Sioen focust op de kweek en de oogst, concentreert de supermarktgroep zich op de opbouw van de verdere waardeketen. “We denken mee na over het vermarkten van zeewier”, zegt Wannes Voorend  van Colruyt Group. “Daarbij kijken we in de eerste plaats naar duurzaamheid, een van de speerpunten van onze bedrijfsstrategie.” De R&D-afdeling van Colruyt Group heeft veel ervaring met levenscyclusanalyses, onmisbaar gereedschap om waardeketens te bestuderen. Die studies gaan ruimer dan duurzaamheidaspecten. Voorend: “We nemen ook de technologische en juridische barrières onder de loep.”

Zeewier in de supermarkt

Voor een opsomming van mogelijke concrete toepassingen is het volgens Voorend nog te vroeg. “Al kan ik al wel zeggen dat we niet geloven in louter energetische toepassingen (de verbranding van zeewier in een biomassacentrale, red.). Onze focus ligt op menselijke en dierlijke voeding.” Een  retailergroep die meewerkt aan een alternatief voor het bestaande veevoer, dat voornamelijk gemaakt is van geïmporteerde soja uit Zuid-Amerika? “Op het eerste gezicht lijkt dat misschien raar, maar zeker bij vlees en vis zetten wij sterk in op ketenprojecten met onze toeleveranciers. Daarbij leggen we de nadruk op dierenwelzijn, de ecologische voetafdruk én een verminderd gebruik van antibiotica. Die ketenbenadering is typisch voor Colruyt Group.”

Zullen de supermarktketens in de toekomst ook meer producten op basis van zeewier aanbieden voor directe menselijke consumptie? “Dat zijn we volop aan het bekijken. Zeewier heeft een bijzondere eiwitsamenstelling, het is dus heel gezond. Bovendien zit het boordevol mineralen, vitaminen (zoals B12), vezels en natuurlijke zouten zoals magnesium en calcium. Het zou een ideale voedingsstof zijn voor de voedingsbewuste  consument die naar een evenwichtig dieet streeft.”

En de voedingssupplementen die nu al verkrijgbaar zijn en die ook algen bevatten, waar komen die dan vandaan? “Die zijn allemaal gemaakt op basis van microalgen, denk aan chlorella of spirulina, die meestal op het land worden gekweekt, in zoetwaterbassins of in reactors. Binnen SeaConomy focussen wij volledig op macroalgen, zeewier dus.” Projectpartner Pures, gespecialiseerd in de ontwikkeling en distributie van hoogwaardige voedingssupplementen, buigt zich over het potentieel van die macroalgen als medicinaal voedingssupplement.

Bioraffinage 

Zeewier heeft het grote voordeel dat het geen land nodig heeft om te kunnen groeien. En bijgevolg ook geen bestrijdingsmiddelen en meststoffen. Het ecologische voordeel spreekt voor zich, maar de kweek van zeewier wordt pas écht rendabel als de bestanddelen van de plant maximaal worden benut. Wetenschappers in binnen- en buitenland zijn daarom volop aan het onderzoeken welke wiersoorten het productiefst zijn en het makkelijkst te kweken. “In Nederland (dat de zeewierteelt al gecommercialiseerd heeft, red.) telen we zo’n vijftien soorten”, zegt Floris Groenendijk, voormalig hoofd van het Seaweed for Food and Feed-programma van Wageningen University & Research, die tegenwoordig voor advies- en ingenieursbureau Arcadis werkt. “De wetenschap bekijkt hoe uit elke kilogram wier zoveel mogelijk opbrengst kan worden gehaald. Een belangrijk bestanddeel dat momenteel in grote hoeveelheden uit wier wordt gehaald, is alginaat, dat als ingrediënt van sauzen en tandpasta wordt gebruikt. Vergelijk het met raffinageprocessen in de olie-industrie, waar elk restproduct de basis vormt voor iets anders. Als we erin slagen om hoogwaardige bestanddelen uit wier te halen, zoals suikers, eiwitten en vezels, dan zijn we dus op de goede weg.”

Toepassingen in de veeteelt 

Een belangrijke toepassing van zeewier ligt in de veeteelt, waar het de geïmporteerde en (doorgaans) onduurzaam geproduceerde soja zou kunnen vervangen als eiwitbron. Danny Van Mullem, bedrijfsleider van veevoederfabrikant Lambers-Seghers uit Baasrode, vindt dat firma’s in zijn sector mee op zoek moeten gaan naar alternatieve eiwitbronnen. Zeewier behoort in theorie tot de mogelijkheden. “Wij zien het als onze plicht om mee te werken aan alternatieve eiwitbronnen. Maar bij zeewier draait het niet alleen om het vervangen van soja. Zeewier bevat ook heel wat bioactieve stoffen. Een aantal daarvan zouden zelfs een antibiotische werking kunnen hebben.” Wannes Voorend beaamt dat. “Als runderen, varkens en pluimvee die bioactieve stoffen via hun voeding binnenkrijgen, kan dat wellicht bijdragen tot het verder verlagen van het antibioticagebruik.” Van Mullem haalt nog een interessante ‘bijwerking’ van zeewier als basiscomponent van veevoer aan: het zou de methaanuitstoot van de veestapel gevoelig naar beneden  kunnen halen. “Het lijkt erop dat de toediening van zeewier via de voeding het verteringsproces positief beïnvloedt, waardoor er minder methaan in de pens ontstaat. Dat moet natuurlijk nog grondig worden onderzocht.”

Als we de stijgende wereldbevolking willen blijven voeden, zullen we sowieso ook moeten inzetten op aquacultuur. “De toekomst van zee landbouw, dicht bij de kust, oogt rooskleurig”, meent Van Mullem. Lambers-Seghers experimenteert trouwens niet alleen met algen verwerkt in vee-, maar ook in visvoer. “Vissen zijn van nature algeneters, dus kweekvis voederen met zeewier is een logische oplossing.” Maar staat de Vlaamse vlees- en visindustrie wel open voor de nieuwe ketenbenadering? “Bij mijn klanten (vee- en kweekvisbedrijven, red.) merk ik een grote bereidheid. De overstap op zeewier zou ook niet zo radicaal zijn als ze op het eerste gezicht lijkt. We verwerken nu al microalgen, die op het land worden gekweekt, in sommige van onze producten. Die worden bijvoorbeeld gebruikt voor de productie van met omega-3 verrijkt varkensvlees (Belvidha, red.).”

Voedingsbedrijven bewustmaken 

Zeker in Vlaanderen, met onze sterke voedingsindustrie, heeft de zeewiereconomie duidelijk potentieel. Maar alle verandering begint met bewustmaking. Projectpartner POM West-Vlaanderen verricht belangrijk werk op dat vlak. Het agentschap houdt zich bezig met de communicatie en helpt de Vlaamse zeewier-community vergroten. “Uiteindelijk zijn het de voedingsbedrijven, de producenten van veevoer, van kant-en-klare maaltijden en zelfs van delicatessen zoals chocolade die ermee aan de slag moeten”, zegt Benny Pycke.“Dat is wat we óók doen binnen SeaConomy: het Vlaamse kmo- en industriële landschap attent maken op de mogelijkheden. Zo bieden we zeewierstalen aan bedrijven aan zodat zij er zélf mee kunnen experimenteren. Door bottom-up te werken hopen we een voldoende groot draagvlak te creëren voor een échte doorbraak van de  zeewiereconomie.”

www.fabriekenvoordetoekomst.be/seaconomy

Dit artikel verscheen in Mblad, november 2017.